Een nieuwe steekproefstrategie voor de inventarisatie van de fosfaattoestand van percelen; validatie van het nauwkeurigheidsmodel

D.J. Brus, W.J.M. te Riele, J.J. de Gruijter

    Research output: Book/ReportReportProfessional

    Abstract

    Het model van de nauwkeurigheid van het gemiddelde fosfaatgehalte geschat met de nieuwe steekproefstrategie is gevalideerd door bemonstering van 14 percelen. Van elk perceel zijn zes mengmonsters genomen, twee van 20 steken, twee van 30 steken en tweevan 40 steken. De chi-kwadraat toets laat zien dat, wanneer de twee maospercelen op dekzand buiten beschouwing worden gelaten, de werkelijke steekproefvarianties niet significant afwijken van de voorspelde steekproefvarianties. Het gemiddelde verschil tussen de voorspelde en de geschatte standaardafwijking van de steekproeffout, berekend met alle percelen inclusief maospercelen, is klein en over het algemeen niet significant bij een onbetrouwbaarheidsdrempel van 0,05. De voorspelde varianties met het gepoolde relatieve variogram zijn even goed dan die met de variogrammen behorend bij een bepaalde combinatie van landgebruik, grondsoort en fosfaattoestand. De bijdrage van de schattingsfout van het perceelsgemiddelde in de fout van de voorspelde varianties is te verwaarlozen. :De gemiddelde systematische fout van de bestaande BLGG methode bij 40 steken is geschat door van elk perceel ook een mengmonster volgens deze methode te nemen. Het aandeel van de systematische fout in de gemiddelde gekwadrateerde fout (MSE) van de bestaande methode is 66%. Het gemiddelde van de geschatte relatieve systematische fout bedraagt 15%. De nieuwe methode is veel nauwkeuriger dan de bestaande methode door het ontbreken van een systematische fout en een kleinere steekproefvariantie.
    Original languageUndefined/Unknown
    Place of PublicationWageningen
    PublisherSC-DLO
    Number of pages29
    Publication statusPublished - 1999

    Publication series

    NameRapport
    No.516.2

    Cite this