Een bodemvruchtbaarheidstheorie uit de eerste helft van de 19e eeuw

C.T. de Wit

    Research output: Contribution to journalArticleProfessional

    Abstract

    In het begin van de 19e eeuw formuleerde Thaer zijn opvattingen over de bodemvruchtbaarheid waarin de humus als plantenvoedend element een belangrijke rol speelde. Deze nogal naïeve theorie wordt op het ogenblik als een historische curiositeit beschouwd. Het is nauwelijks bekend dat een van zijn leerlingen, Carl von Wulffen, een bodemvruchtbaarheidstheorie ontwikkelde waarin de gedachte dat ieder landbouwsysteem tendeert naar een evenwicht in de bodemvruchtbaarheid, centraal stond. Von Wulffen's kwantitatieve beschouwingen maakten het mogelijk dit evenwichtspunt en de gevolgen van de verplaatsing hiervan op te sporen door middel van oogstwaarnemingen in opeenvolgende jaren onder experimenteel gevarieerde omstandigheden en van een nauwkeurige administratie van de in- en uitvoer van elke akker afzonderlijk en het landbouwbedrijf als geheel. De beginselen van Von Wulffen's theorie worden besproken en er wordt nagegaan aan welke kwaliteiten het te danken is dat deze theorie zich kon handhaven tot lang na de formulering van de 'mineraaltheorie' van Sprengel en Liebig. Verder wordt er op gewezen dat overeenkomstige beschouwingen ook nu nog een grote rol spelen bij de bestudering van de organische-stofbalans van de grond en in de ogenschijnlijk zo ver verwijderde gedachtenwereld van de econoom en dat Von Wulffen's theorie ook nu nog kan helpen bij het verdiepen van het inzicht in de aard van de landbouw in verschillende streken.
    Original languageDutch
    Pages (from-to)245-251
    JournalLandbouwkundig Tijdschrift
    Volume81
    Issue number8
    Publication statusPublished - 1969

    Keywords

    • soil fertility

    Cite this