Economische consequenties invoering CTT-norm zoute baggerspecie voor Nederlandse havens: evaluatie CTT norm 2004-2005

V.G.M. Linderhof, S. Hess, G. Kruseman, B. van Hattum, F. Bruinsma, O. Jonkeren, E. Ubbels

Research output: Book/ReportReportAcademic

Abstract

In juni 2004 werd een nieuw toetsingskader, de Chemie-Toxiciteit-Toets (CTT), voor zoute baggerspecie geïntroduceerd. De CTT vervangt de Uniforme Gehalte Toets (UGT). De belangrijkste wijzigingen zijn de expliciete norm voor Tributyltin (TBT) en signaleringswaarden voor een drietal bio-assays. Op het moment van de CTT invoering bestond er geen eenduidig beeld van de economische consequenties van dit nieuwe toetsingskader. Inmiddels is er een evaluatie van de economische consequenties voor de periode 2004-2005 uitgevoerd. In navolging van deze evaluatie presenteert deze studie een retrospectieve analyse van de invoering van de CTT voor de periode 1999-2003. 2003. Hiermee zijn de resultaten van de evaluatie in een breder perspectief te plaatsen. Belangrijke vragen hierbij zijn of voor de periode 1999-2003 dezelfde trends zijn gevonden in afgekeurde havenvakken en hoeveelheden baggerspecie. Bovendien is een inschatting gegeven wat de economische gevolgen in termen van hoeveelheden afgekeurde baggerspecie zijn voor de havenbedrijven met het Havenbedrijf Rotterdam N.V. en Groningen Seaports als voorbeeld
Original languageDutch
Place of PublicationAmsterdam
PublisherVrije Universiteit
Publication statusPublished - 2006

Publication series

NameRapport / Instituut voor Milieuvraagstukken
PublisherVrije Universiteit
No.nr. R-06/09

Keywords

  • dredgings
  • toxicity
  • water pollution
  • economic impact
  • evaluation
  • harbours
  • tests
  • standards
  • water bottoms
  • ecotoxicology

Cite this

Linderhof, V. G. M., Hess, S., Kruseman, G., van Hattum, B., Bruinsma, F., Jonkeren, O., & Ubbels, E. (2006). Economische consequenties invoering CTT-norm zoute baggerspecie voor Nederlandse havens: evaluatie CTT norm 2004-2005. (Rapport / Instituut voor Milieuvraagstukken; No. nr. R-06/09). Amsterdam: Vrije Universiteit.