Doorzaaien met Engels raaigras ter vervanging van ruw beemdgras in grasland op kleigrond

Herman de Boer, Henk Schilder

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

Met doorzaaien van blijvend grasland kan herinzaai mogelijk worden vermeden. Vanaf de zomer van 2016 tot het voorjaar van 2021 is veldonderzoek uitgevoerd om vast te stellen welke effecten doorzaai met Engels raaigras (Lolium perenne L.) heeft op de botanische samenstelling, opbrengst, en voederwaarde van blijvend grasland met een voldoende dichte zode. De hypothese was dat doorzaai het aandeel Engels raaigras zou verhogen op percelen met een laag aandeel en zou handhaven op percelen met een hoog aandeel. Het onderzoek werd uitgevoerd op twee percelen met een ‘slechte’ botanische samenstelling, twee percelen met een ‘matige’ samenstelling, en een perceel met een ‘goede’ samenstelling. Het matig gewaardeerde ruw beemdgras (Poa trivialis L.) was na Engels raaigras de meest dominante grassoort. Voorafgaande aan het doorzaaien werd de zode behandeld om ongewenste soorten te verwijderen en de openheid te vergroten. Voorbehandelingen waren combinaties van kort afmaaien (2 cm), wiedeggen, en chemische bestrijding van ruw beemdgras. De behandelingen werden uitgevoerd in alleen het najaar van 2016, in het najaar van 2016 en 2017, en in het najaar van 2016, 2017, 2018, en 2019. De botanische samenstelling en grasopbrengst werden de eerste drie jaar op alle percelen gemeten en in 2020 op alleen twee percelen, met aanvullend ook bepaling van de voederwaarde. De resultaten laten zien dat na doorzaaien het vochtgehalte in de toplaag van de grond doorslaggevend is voor het aantal kiemplanten: in 2016 bleken de omstandigheden te droog en in 2017 te nat voor een geslaagde doorzaai. Doorzaai in 2016, 2017, 2018, of 2019 gaf respectievelijk gemiddeld 28, 30, 84, en 418 kiemplanten Engels raaigras per m2. Het grote aantal kiemplanten in 2019 leek vooral het gevolg van het extra rollen van de doorgezaaide veldjes, waardoor de zaaisneden volledig sloten en de vochtvoorziening van de zaden maximaal was. Doorzaai in 2016 of 2017 had geen effect op het aandeel Engels raaigras in de volgende jaren. Doorzaai in 2018 gaf in de zomer van 2019 op vier van de vijf percelen een 5 tot 7 procentpunt (pp.) hoger aandeel Engels raaigras. Doorzaai in 2019 had geen effect op het aandeel Engels raaigras in 2020, waarschijnlijk vanwege de zware muizenvraat in de voorgaande winter. Het effect van doorzaaien in 2018 leek echter nog grotendeels aanwezig. In geen van de proefjaren had doorzaaien effect op de grasopbrengst van volgende jaren. Wel waren er positieve effecten van voorbehandeling op de grasopbrengst in 2019 en 2020 en op de voederwaarde in 2020. Voorbehandeling in 2018 gaf in 2019 een 5-9% hogere grasopbrengst, en voorbehandeling in 2018 en 2019 gaf in 2020 een 6-8% hogere grasopbrengst. Voorbehandeling in 2019 had in 2020 geen effect op de verteerbaarheid van het gras, maar gaf een 5% lager eiwitgehalte (vanwege een hogere opbrengst) en een 8% hoger suikergehalte. Voorbehandeling in 2016 en 2017 gaf in 2020 een 13% hogere jaaropbrengst suiker. De positieve effecten van voorbehandeling zijn waarschijnlijk het gevolg van een beperking van de beschutting voor de muizen, waardoor deze op voorbehandelde veldjes minder aanwezig waren en minder schade veroorzaakten. Hierdoor nam het aandeel Engels raaigras minder af (perceel 2) en was, als gevolg van minder schade aan stoppels en wortels, de opbrengst het volgende voorjaar hoger. Wiedeggen bleek voldoende effectief om ruw beemdgras te bestrijden, en aanvullende chemische bestrijding had weinig effect. De door eggen gecreëerde ruimte werd alleen ingenomen door Engels raaigras als ook werd doorgezaaid, en anders opnieuw door ruw beemdgras. Op onbehandelde veldjes nam bij drie van de vijf percelen over de eerste drie jaar het aandeel Engels raaigras toe, met 7 tot 11 pp. Hieruit blijkt dat het aandeel Engels raaigras ook kan worden verhoogd door het type beheer, in dit geval alleen bemesten met kunstmest, alleen maaien, en zwaar maaien van de eerste snede. Geconcludeerd wordt dat bij keuze van geschikte doorzaai-omstandigheden het aandeel Engels raaigras in de zode duidelijk kan worden verhoogd wanneer ruw beemdgras de te vervangen grassoort is, maar dat deze verhoging niet zondermeer zal resulteren in een toename van grasopbrengst en/of voederwaarde van grasland op kleigrond.
Original languageDutch
Place of PublicationWageningen
PublisherWageningen Livestock Research
Number of pages44
DOIs
Publication statusPublished - Jan 2022

Publication series

NameRapport / Wageningen Livestock Research
No.1354

Cite this