Diversiteit en krielonderzoek: bij de traditionele Nederlandse hoenderrassen

C. Bortoluzzi, H.J.W.C. Megens, R.P.M.A. Crooijmans, Henk de Boer, A. Taks, Piet Kroon, A.H. Hoving

Research output: Contribution to journalArticleProfessional

Abstract

Recent onderzoek heeft aangetoond dat de ‘nieuwe’ krielrassen, de verkrielde vorm van de grote hoenderrassen,genetische variatie toevoegt aan de Nederlandse hoenderrassen en oorspronkelijke krielrassen. Door het kruisenmet dieren van verschillende rassen van niet-Nederlandseoorsprong worden nieuwe kenmerken vastgelegd enworden nieuwe rassen gevormd met een andere genetische diversiteit. Binnen de rassen is deze diversiteit laag,vanwege intensieve selectie op specifieke eigenschappenen door paringen tussen verwante dieren. Dit vergroot dekans op erfelijke aandoeningen en minder vitaal nageslacht. Volgend op dit onderzoek starten Wageningen University en Research, Animal Breeding en Genomics en Centrum voor Genetische Bronnen Nederland samen met de speciaalclubs een pilot om per paring informatie vannakomelingen te verzamelen. Deze informatie zal worden gebruikt om verstandig fokken voor de toekomst beter mogelijk te maken. Voor dit pilotonderzoek zijn vier rassen gekozen: de Eikenburger kriel, een ras met veel inteelt,de Nederlandse Uilebaard, een ras met lage inteelt en het Twents hoen en de Lakenvelder, die genetisch gezien op afstand staan van de andere Nederlandse rassen.
Original languageDutch
Pages (from-to)11-13
JournalKleindier magazine
Volume132
Issue number6
Publication statusPublished - Jun 2018

Cite this