De stikstofstromen bij Oosterhof nader bekeken

J.J. Schröder, N.J.M. van Eekeren, D. Oosterhof

    Research output: Book/ReportReportAcademic

    Abstract

    Biologische melkveehouders zijn geïnteresseerd in de vraag of en tegen welke prijs zij mest zouden kunnen verkopen aan collega-akkerbouwers, zonder daarbij een wissel te trekken op de duurzaamheid van hun eigen melkveebedrijf. Het antwoord hierop wordt in de eerste plaats bepaald door de mate waarin de nutriënten die het bedrijf verlaten via melk en vlees (met name stikstof (N), fosfaat (P2O5) en kali (K2O)) of via verliezen naar de omgeving, voldoende worden gecompenseerd door de aanvoer van nutriënten met voer, strooisel en depositie en de binding van N door witte klaver. Er is geprobeerd deze vraag te beantwoorden voor het melkveebedrijf van Oosterhof. Daarvoor is een relatief éénvoudig N-stroomschema van het bedrijf opgesteld. Uit de berekening blijkt dat het bij het huidige niveau van zelfvoorziening, het huidige klaveraandeel en mogelijk hoge ammoniakverliezen bij toedienen (waarop de kans groot is bij gebruik van bovengrondse toedieningsapparatuur), niet verstandig is om drijfmest af te voeren. Zelfs zonder mestafvoer is de fosfaat- en de kaliaanvoer maar net in evenwicht met de afvoer (Scenario 1). Wanneer de kans op ammoniakverlies kleiner wordt gemaakt door gebruik van een sleepvoet en/of de klaverbezetting op het bedrijf toeneemt, nemen de mogelijkheden voor mestafvoer toe (Scenario¿s 2-4). In dat geval is compensatie met kunstmest-P en -K zeer zeker nodig. Om de kosten te dekken die daarmee verband houden (onder verrekening van bespaarde mestuitrijdkosten), moet ¿ 8-19 per m3 mest worden ontvangen. Naarmate de wens bestaat het vee meer met voer van eigen bodem te voeden (minder krachtvoer-N, grotere zelfvoorzieningsgraad), is een grotere hoeveelheid effectief beschikbare minerale bodem-N nodig. Bij weinig klaver en/of hoge N-verliezen tijdens het uitrijden lijkt dat alleen te lukken door een wissel op de Nbodemvoorraad te trekken door, bijvoorbeeld, het scheuren van grasland (Scenario¿s 5-7). Alleen bij veel klaver in combinatie met lage N-verliezen tijdens het toedienen van mest ontstaat opnieuw ruimte voor mestafvoer (Scenario 8). In dat geval is de af te voeren hoeveelheid mest klein zodat de vaste kosten van het strooien van de kunstmestcompensatie sterker doorwerken in de berekende prijs per m3 mest; bij scenario 8 loopt de te ontvangen prijs per m3 dan ook op tot ¿ 35. In dat scenario kan per ha circa 3 m3 mest worden afgevoerd en dient de mestopbrengst volgens voorgaande berekening per ha dus ruim ¿ 100 te bedragen, waarvan ¿ 90 ter dekking van de kosten voor het uitrijden van Gafsa en patentkali. Omdat scenario¿s 5-8 überhaupt een P- en Ktekort kennen, ongeacht het afvoeren van mest, is het niet zuiver de uitrijdkosten volkomen in rekening te brengen bij degene die mest zou willen aankopen.
    Original languageDutch
    Place of PublicationLelystad
    PublisherAnimal Sciences Group
    Number of pages28
    Publication statusPublished - 2006

    Publication series

    NameBioveem rapport
    PublisherAnimal Sciences Group
    No.13
    ISSN (Print)0169-3689

    Keywords

    • organic farming
    • dairy farming
    • farm management
    • animal manures
    • fertilizer requirement determination
    • nitrates
    • nutrient accounting system

    Cite this