De ontwikkeling van Meloidogyne chitwoodien M. fallax in een aardappelgewas

E. Brommer

    Research output: Book/ReportReportProfessional

    Abstract

    Op een met M. fallax en een tweetal met M. chitwoodi besmette percelen is de ontwikkeling van deze aaltjes op aardappel gevolgd. Uit de waarnemingen blijkt dat beide aaltjes in ieder geval twee generaties vormen, en wellicht in een van de jaren drie. Rond de langste dag (21 juni) worden in alle gevallen geen of nauwelijks J2 larven gevonden in en rond de wortel. Wel worden rond deze datum de eerste eieren van de tweede generatie gevonden. Voor de langste dag worden nauwelijks larven in de nieuw gevormde knollen waargenomen. De larven die na die tijd wel worden gevonden zijn dus hoofdzakelijk van de tweede generatie De kwalitatieve schade die ontstaat aan de knollen wordt dus veroorzaakt door de tweede en of derde generatie larven. Een bestrijdingsstrategie moet er op gericht zijn dat de tweede generatie larven niet gevormd kan worden.
    Original languageDutch
    Place of PublicationLelystad
    PublisherPraktijkonderzoek voor de Akkerbouw en de Vollegrondsgroenteteelt
    Number of pages16
    Publication statusPublished - 2000

    Cite this