De bodemgesteldheid van het landinrichtingsgebied Wintelre-Oerle; resultaten van een bodemgeografisch onderzoek

H.R.J. Vroon

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

Het landinrichtingsgebied Wintelre-Oerle bestaat grotendeels uit pleistocene afzettingen. De oudste binnen 180 cm diepte voorkomende afzettingen liggen in het zuidwestelijk deel van het onderzoeksgebied. Het zijn grofzandige, soms iets grindhoudende, fluviatiele afzettingen (Formatie van Sterksel) uit het eind van het Vroeg-Pleistoceen tot het begin van het Midden-Pleistoceen. Het materiaal ligt vrij ondiep onder het dekzand. Het merendeel van de aangetroffen pleistocene afzettingen bestaat uit eolische, fijnzandige sedimenten afgewisseld met leemlagen (lössleem). Deze afzettingen worden gerekend tot de Formatie van Nuenen. In het noorden van het gebied (Rouwven) komen stuifzandgronden voor. Deze eolische, leemarme, holocene afzettingen behoren tot de Formatie van Kootwijk. Op enkele plaatsen komt een moerige laag voor. Dit zijn meestal wel de allerlaagste plaatsen in het onderzoeksgebied. In grote delen van het gebied hebben de gronden door potstalbemesting een dikke minerale eerdlaag gekregen. Binnen de zandgronden zijn podzolgronden (veldpodzol-, laarpodzol-, haarpodzol- en loopodzolgronden), eerdgronden (gooreerd-, beekeerd-, kanteerd-, akkereerd- en enkeerdgronden) en vaaggronden (duinvaag- en vorstvaaggronden) onderscheiden. De fluctuatie van het grondwater is vanwege de lemige ondergrond groot. Veruit het grootste deel van het gebied bestaat uit droge tot zeer droge gronden (grondwatertrap VIId en VIIId). De resultaten van het veldbodemkundig onderzoek zijn weergegeven op een bodem- en grondwatertrappenkaart (schaal 1 : 25 000). Voorts zijn de in het veld verzamelde bodemkundige, bodemfysische en hydrologische gegevens geschematiseerd en gegeneraliseerd, zodat ze bruikbaar zijn voor het berekenen van eventuele opbrengstdervingen door vochttekort en/of wateroverlast. De resultaten hiervan zijn in aparte digitale bestanden opgeslagen en worden in deze vorm alleen aan de opdrachtgever verstrekt.
Original languageDutch
Place of PublicationWageningen
PublisherAlterra
Number of pages81
Publication statusPublished - 2000

Publication series

NameAlterra-rapport
No.71

Keywords

  • soil science
  • soil surveys
  • maps
  • water table
  • geology
  • soil water
  • runoff
  • hydrology
  • noord-brabant
  • kempen

Cite this

Vroon, H.R.J. / De bodemgesteldheid van het landinrichtingsgebied Wintelre-Oerle; resultaten van een bodemgeografisch onderzoek. Wageningen : Alterra, 2000. 81 p. (Alterra-rapport; 71).
@book{0250c7e2a8224cc09f0b9244ffb7e58f,
title = "De bodemgesteldheid van het landinrichtingsgebied Wintelre-Oerle; resultaten van een bodemgeografisch onderzoek",
abstract = "Het landinrichtingsgebied Wintelre-Oerle bestaat grotendeels uit pleistocene afzettingen. De oudste binnen 180 cm diepte voorkomende afzettingen liggen in het zuidwestelijk deel van het onderzoeksgebied. Het zijn grofzandige, soms iets grindhoudende, fluviatiele afzettingen (Formatie van Sterksel) uit het eind van het Vroeg-Pleistoceen tot het begin van het Midden-Pleistoceen. Het materiaal ligt vrij ondiep onder het dekzand. Het merendeel van de aangetroffen pleistocene afzettingen bestaat uit eolische, fijnzandige sedimenten afgewisseld met leemlagen (l{\"o}ssleem). Deze afzettingen worden gerekend tot de Formatie van Nuenen. In het noorden van het gebied (Rouwven) komen stuifzandgronden voor. Deze eolische, leemarme, holocene afzettingen behoren tot de Formatie van Kootwijk. Op enkele plaatsen komt een moerige laag voor. Dit zijn meestal wel de allerlaagste plaatsen in het onderzoeksgebied. In grote delen van het gebied hebben de gronden door potstalbemesting een dikke minerale eerdlaag gekregen. Binnen de zandgronden zijn podzolgronden (veldpodzol-, laarpodzol-, haarpodzol- en loopodzolgronden), eerdgronden (gooreerd-, beekeerd-, kanteerd-, akkereerd- en enkeerdgronden) en vaaggronden (duinvaag- en vorstvaaggronden) onderscheiden. De fluctuatie van het grondwater is vanwege de lemige ondergrond groot. Veruit het grootste deel van het gebied bestaat uit droge tot zeer droge gronden (grondwatertrap VIId en VIIId). De resultaten van het veldbodemkundig onderzoek zijn weergegeven op een bodem- en grondwatertrappenkaart (schaal 1 : 25 000). Voorts zijn de in het veld verzamelde bodemkundige, bodemfysische en hydrologische gegevens geschematiseerd en gegeneraliseerd, zodat ze bruikbaar zijn voor het berekenen van eventuele opbrengstdervingen door vochttekort en/of wateroverlast. De resultaten hiervan zijn in aparte digitale bestanden opgeslagen en worden in deze vorm alleen aan de opdrachtgever verstrekt.",
keywords = "bodemkunde, bodemkarteringen, kaarten, grondwaterspiegel, geologie, bodemwater, oppervlakkige afvoer, hydrologie, noord-brabant, kempen, soil science, soil surveys, maps, water table, geology, soil water, runoff, hydrology, noord-brabant, kempen",
author = "H.R.J. Vroon",
year = "2000",
language = "Dutch",
series = "Alterra-rapport",
publisher = "Alterra",
number = "71",

}

De bodemgesteldheid van het landinrichtingsgebied Wintelre-Oerle; resultaten van een bodemgeografisch onderzoek. / Vroon, H.R.J.

Wageningen : Alterra, 2000. 81 p. (Alterra-rapport; No. 71).

Research output: Book/ReportReportProfessional

TY - BOOK

T1 - De bodemgesteldheid van het landinrichtingsgebied Wintelre-Oerle; resultaten van een bodemgeografisch onderzoek

AU - Vroon, H.R.J.

PY - 2000

Y1 - 2000

N2 - Het landinrichtingsgebied Wintelre-Oerle bestaat grotendeels uit pleistocene afzettingen. De oudste binnen 180 cm diepte voorkomende afzettingen liggen in het zuidwestelijk deel van het onderzoeksgebied. Het zijn grofzandige, soms iets grindhoudende, fluviatiele afzettingen (Formatie van Sterksel) uit het eind van het Vroeg-Pleistoceen tot het begin van het Midden-Pleistoceen. Het materiaal ligt vrij ondiep onder het dekzand. Het merendeel van de aangetroffen pleistocene afzettingen bestaat uit eolische, fijnzandige sedimenten afgewisseld met leemlagen (lössleem). Deze afzettingen worden gerekend tot de Formatie van Nuenen. In het noorden van het gebied (Rouwven) komen stuifzandgronden voor. Deze eolische, leemarme, holocene afzettingen behoren tot de Formatie van Kootwijk. Op enkele plaatsen komt een moerige laag voor. Dit zijn meestal wel de allerlaagste plaatsen in het onderzoeksgebied. In grote delen van het gebied hebben de gronden door potstalbemesting een dikke minerale eerdlaag gekregen. Binnen de zandgronden zijn podzolgronden (veldpodzol-, laarpodzol-, haarpodzol- en loopodzolgronden), eerdgronden (gooreerd-, beekeerd-, kanteerd-, akkereerd- en enkeerdgronden) en vaaggronden (duinvaag- en vorstvaaggronden) onderscheiden. De fluctuatie van het grondwater is vanwege de lemige ondergrond groot. Veruit het grootste deel van het gebied bestaat uit droge tot zeer droge gronden (grondwatertrap VIId en VIIId). De resultaten van het veldbodemkundig onderzoek zijn weergegeven op een bodem- en grondwatertrappenkaart (schaal 1 : 25 000). Voorts zijn de in het veld verzamelde bodemkundige, bodemfysische en hydrologische gegevens geschematiseerd en gegeneraliseerd, zodat ze bruikbaar zijn voor het berekenen van eventuele opbrengstdervingen door vochttekort en/of wateroverlast. De resultaten hiervan zijn in aparte digitale bestanden opgeslagen en worden in deze vorm alleen aan de opdrachtgever verstrekt.

AB - Het landinrichtingsgebied Wintelre-Oerle bestaat grotendeels uit pleistocene afzettingen. De oudste binnen 180 cm diepte voorkomende afzettingen liggen in het zuidwestelijk deel van het onderzoeksgebied. Het zijn grofzandige, soms iets grindhoudende, fluviatiele afzettingen (Formatie van Sterksel) uit het eind van het Vroeg-Pleistoceen tot het begin van het Midden-Pleistoceen. Het materiaal ligt vrij ondiep onder het dekzand. Het merendeel van de aangetroffen pleistocene afzettingen bestaat uit eolische, fijnzandige sedimenten afgewisseld met leemlagen (lössleem). Deze afzettingen worden gerekend tot de Formatie van Nuenen. In het noorden van het gebied (Rouwven) komen stuifzandgronden voor. Deze eolische, leemarme, holocene afzettingen behoren tot de Formatie van Kootwijk. Op enkele plaatsen komt een moerige laag voor. Dit zijn meestal wel de allerlaagste plaatsen in het onderzoeksgebied. In grote delen van het gebied hebben de gronden door potstalbemesting een dikke minerale eerdlaag gekregen. Binnen de zandgronden zijn podzolgronden (veldpodzol-, laarpodzol-, haarpodzol- en loopodzolgronden), eerdgronden (gooreerd-, beekeerd-, kanteerd-, akkereerd- en enkeerdgronden) en vaaggronden (duinvaag- en vorstvaaggronden) onderscheiden. De fluctuatie van het grondwater is vanwege de lemige ondergrond groot. Veruit het grootste deel van het gebied bestaat uit droge tot zeer droge gronden (grondwatertrap VIId en VIIId). De resultaten van het veldbodemkundig onderzoek zijn weergegeven op een bodem- en grondwatertrappenkaart (schaal 1 : 25 000). Voorts zijn de in het veld verzamelde bodemkundige, bodemfysische en hydrologische gegevens geschematiseerd en gegeneraliseerd, zodat ze bruikbaar zijn voor het berekenen van eventuele opbrengstdervingen door vochttekort en/of wateroverlast. De resultaten hiervan zijn in aparte digitale bestanden opgeslagen en worden in deze vorm alleen aan de opdrachtgever verstrekt.

KW - bodemkunde

KW - bodemkarteringen

KW - kaarten

KW - grondwaterspiegel

KW - geologie

KW - bodemwater

KW - oppervlakkige afvoer

KW - hydrologie

KW - noord-brabant

KW - kempen

KW - soil science

KW - soil surveys

KW - maps

KW - water table

KW - geology

KW - soil water

KW - runoff

KW - hydrology

KW - noord-brabant

KW - kempen

M3 - Report

T3 - Alterra-rapport

BT - De bodemgesteldheid van het landinrichtingsgebied Wintelre-Oerle; resultaten van een bodemgeografisch onderzoek

PB - Alterra

CY - Wageningen

ER -