De bodemgesteldheid van het landinrichtingsgebied Uden-Veghel; resultaten van een bodemgeografisch onderzoek

W.H. Leenders

    Research output: Book/ReportReportProfessional

    Abstract

    Het landinrichtingsgebied Uden-Veghel bestaat uit holocene en pleistocene afzettingen. In het oosten van het gebied ligt de Peelrandbreuk, de scheiding tussen de lager gelegen Centrale Slenk en de hoger gelegen Peelhorst. Op de fluviatiele afzettingenvan de Maas (Formatie van Veghel) liggen fluvioperiglaciale en eolische afzettingen (Formatie van Twente). Op enkele plaatsen in het westen komt een dunne laag holocene beekleem voor die door bewerking is gebroken. Een deel van de gronden hebben door potstalbemesting een dikke minerale eerdlaag gekregen. Binnen de zandgronden zijn podzolgronden (veldpodzol- en laarpodzolgronden), eerdgronden (gooreerd-, beekeerd- en enkeerdgronden) en vaaggronden (duinvaaggronden) onderscheiden. In de leemgronden komen alleen eerdgronden voor, bij de moerige gronden komen broekeerdgronden voor. De resultaten van dit onderzoek zijn weergeven op een bodemkaart en grondwatertrappenkaart. De verzamelde gegevens van het onderzoek worden gebruikt voor de bodemgeschiktheid voor weide-, tuin,- en akkerbouw, en het berekenen van eventuele opbrengstdervingen in grasland als gevolg van vochttekort of wateroverlast.
    Original languageUndefined/Unknown
    Place of PublicationWageningen
    PublisherSC-DLO
    Number of pages69
    Publication statusPublished - 1999

    Publication series

    NameRapport
    No.650

    Cite this

    @book{6e285edfc18d4165ab5ba87a2ec55f4d,
    title = "De bodemgesteldheid van het landinrichtingsgebied Uden-Veghel; resultaten van een bodemgeografisch onderzoek",
    abstract = "Het landinrichtingsgebied Uden-Veghel bestaat uit holocene en pleistocene afzettingen. In het oosten van het gebied ligt de Peelrandbreuk, de scheiding tussen de lager gelegen Centrale Slenk en de hoger gelegen Peelhorst. Op de fluviatiele afzettingenvan de Maas (Formatie van Veghel) liggen fluvioperiglaciale en eolische afzettingen (Formatie van Twente). Op enkele plaatsen in het westen komt een dunne laag holocene beekleem voor die door bewerking is gebroken. Een deel van de gronden hebben door potstalbemesting een dikke minerale eerdlaag gekregen. Binnen de zandgronden zijn podzolgronden (veldpodzol- en laarpodzolgronden), eerdgronden (gooreerd-, beekeerd- en enkeerdgronden) en vaaggronden (duinvaaggronden) onderscheiden. In de leemgronden komen alleen eerdgronden voor, bij de moerige gronden komen broekeerdgronden voor. De resultaten van dit onderzoek zijn weergeven op een bodemkaart en grondwatertrappenkaart. De verzamelde gegevens van het onderzoek worden gebruikt voor de bodemgeschiktheid voor weide-, tuin,- en akkerbouw, en het berekenen van eventuele opbrengstdervingen in grasland als gevolg van vochttekort of wateroverlast.",
    author = "W.H. Leenders",
    year = "1999",
    language = "Undefined/Unknown",
    series = "Rapport",
    publisher = "SC-DLO",
    number = "650",

    }

    De bodemgesteldheid van het landinrichtingsgebied Uden-Veghel; resultaten van een bodemgeografisch onderzoek. / Leenders, W.H.

    Wageningen : SC-DLO, 1999. 69 p. (Rapport; No. 650).

    Research output: Book/ReportReportProfessional

    TY - BOOK

    T1 - De bodemgesteldheid van het landinrichtingsgebied Uden-Veghel; resultaten van een bodemgeografisch onderzoek

    AU - Leenders, W.H.

    PY - 1999

    Y1 - 1999

    N2 - Het landinrichtingsgebied Uden-Veghel bestaat uit holocene en pleistocene afzettingen. In het oosten van het gebied ligt de Peelrandbreuk, de scheiding tussen de lager gelegen Centrale Slenk en de hoger gelegen Peelhorst. Op de fluviatiele afzettingenvan de Maas (Formatie van Veghel) liggen fluvioperiglaciale en eolische afzettingen (Formatie van Twente). Op enkele plaatsen in het westen komt een dunne laag holocene beekleem voor die door bewerking is gebroken. Een deel van de gronden hebben door potstalbemesting een dikke minerale eerdlaag gekregen. Binnen de zandgronden zijn podzolgronden (veldpodzol- en laarpodzolgronden), eerdgronden (gooreerd-, beekeerd- en enkeerdgronden) en vaaggronden (duinvaaggronden) onderscheiden. In de leemgronden komen alleen eerdgronden voor, bij de moerige gronden komen broekeerdgronden voor. De resultaten van dit onderzoek zijn weergeven op een bodemkaart en grondwatertrappenkaart. De verzamelde gegevens van het onderzoek worden gebruikt voor de bodemgeschiktheid voor weide-, tuin,- en akkerbouw, en het berekenen van eventuele opbrengstdervingen in grasland als gevolg van vochttekort of wateroverlast.

    AB - Het landinrichtingsgebied Uden-Veghel bestaat uit holocene en pleistocene afzettingen. In het oosten van het gebied ligt de Peelrandbreuk, de scheiding tussen de lager gelegen Centrale Slenk en de hoger gelegen Peelhorst. Op de fluviatiele afzettingenvan de Maas (Formatie van Veghel) liggen fluvioperiglaciale en eolische afzettingen (Formatie van Twente). Op enkele plaatsen in het westen komt een dunne laag holocene beekleem voor die door bewerking is gebroken. Een deel van de gronden hebben door potstalbemesting een dikke minerale eerdlaag gekregen. Binnen de zandgronden zijn podzolgronden (veldpodzol- en laarpodzolgronden), eerdgronden (gooreerd-, beekeerd- en enkeerdgronden) en vaaggronden (duinvaaggronden) onderscheiden. In de leemgronden komen alleen eerdgronden voor, bij de moerige gronden komen broekeerdgronden voor. De resultaten van dit onderzoek zijn weergeven op een bodemkaart en grondwatertrappenkaart. De verzamelde gegevens van het onderzoek worden gebruikt voor de bodemgeschiktheid voor weide-, tuin,- en akkerbouw, en het berekenen van eventuele opbrengstdervingen in grasland als gevolg van vochttekort of wateroverlast.

    M3 - Report

    T3 - Rapport

    BT - De bodemgesteldheid van het landinrichtingsgebied Uden-Veghel; resultaten van een bodemgeografisch onderzoek

    PB - SC-DLO

    CY - Wageningen

    ER -