De bodemgesteldheid van het landinrichtingsgebied Ramele-Pleegste; resultaten van een bodemgeografisch onderzoek

H.R.J. Vroon

    Research output: Book/ReportReportProfessional

    Abstract

    Het landinrichtingsgebied Ramele-Pleegste bestaat grotendeels uit pleistocene afzettingen. Op de fluviatiele afzettingen van de Rijn (Formatie van Kreftenheye) liggen fluvioperiglaciale en eolische afzettingen (formatie van Twente). Op een groot aantal plaatsen komt in de laagste delen van het landschap een dunne laag holocene beek/rivierklei voor. Op enkele plaatsen verspreidt in het gebied komt een dunne holocene moerige laag voor. Dit zijn meestal wel de allerlaagste locaties in het onderzoeksgebeid. In het oostelijk deel van het gebied hebben vrij veel gronden door potstalbemesting een dikke minerale eerdlaag gekregen. Binnen de zandgronden zijn podzolgronden (veldpodzol-, laarpodzol-, haarpodzol-, holtpodzol- en loopodzolgronden) en eerdgronden(gooreerd-, beekeerd-, beekvaag-, broekeerd- en enkeerdgronden) onderscheiden. De fluctuatie van het grondwater is vanwege de waterhuishoudkundige ingrepen en de grove ondergrond gering. Veruit het grootste deel van de bodemeenheden bestaat dan ook uit grondwatertrap IVu.
    LanguageUndefined/Unknown
    Place of PublicationWageningen
    PublisherSC-DLO
    Number of pages80
    Publication statusPublished - 1999

    Publication series

    NameRapport
    No.627

    Cite this

    @book{37031e402b7f4f0d9812f66c81137547,
    title = "De bodemgesteldheid van het landinrichtingsgebied Ramele-Pleegste; resultaten van een bodemgeografisch onderzoek",
    abstract = "Het landinrichtingsgebied Ramele-Pleegste bestaat grotendeels uit pleistocene afzettingen. Op de fluviatiele afzettingen van de Rijn (Formatie van Kreftenheye) liggen fluvioperiglaciale en eolische afzettingen (formatie van Twente). Op een groot aantal plaatsen komt in de laagste delen van het landschap een dunne laag holocene beek/rivierklei voor. Op enkele plaatsen verspreidt in het gebied komt een dunne holocene moerige laag voor. Dit zijn meestal wel de allerlaagste locaties in het onderzoeksgebeid. In het oostelijk deel van het gebied hebben vrij veel gronden door potstalbemesting een dikke minerale eerdlaag gekregen. Binnen de zandgronden zijn podzolgronden (veldpodzol-, laarpodzol-, haarpodzol-, holtpodzol- en loopodzolgronden) en eerdgronden(gooreerd-, beekeerd-, beekvaag-, broekeerd- en enkeerdgronden) onderscheiden. De fluctuatie van het grondwater is vanwege de waterhuishoudkundige ingrepen en de grove ondergrond gering. Veruit het grootste deel van de bodemeenheden bestaat dan ook uit grondwatertrap IVu.",
    author = "H.R.J. Vroon",
    year = "1999",
    language = "Undefined/Unknown",
    series = "Rapport",
    publisher = "SC-DLO",
    number = "627",

    }

    De bodemgesteldheid van het landinrichtingsgebied Ramele-Pleegste; resultaten van een bodemgeografisch onderzoek. / Vroon, H.R.J.

    Wageningen : SC-DLO, 1999. 80 p. (Rapport; No. 627).

    Research output: Book/ReportReportProfessional

    TY - BOOK

    T1 - De bodemgesteldheid van het landinrichtingsgebied Ramele-Pleegste; resultaten van een bodemgeografisch onderzoek

    AU - Vroon, H.R.J.

    PY - 1999

    Y1 - 1999

    N2 - Het landinrichtingsgebied Ramele-Pleegste bestaat grotendeels uit pleistocene afzettingen. Op de fluviatiele afzettingen van de Rijn (Formatie van Kreftenheye) liggen fluvioperiglaciale en eolische afzettingen (formatie van Twente). Op een groot aantal plaatsen komt in de laagste delen van het landschap een dunne laag holocene beek/rivierklei voor. Op enkele plaatsen verspreidt in het gebied komt een dunne holocene moerige laag voor. Dit zijn meestal wel de allerlaagste locaties in het onderzoeksgebeid. In het oostelijk deel van het gebied hebben vrij veel gronden door potstalbemesting een dikke minerale eerdlaag gekregen. Binnen de zandgronden zijn podzolgronden (veldpodzol-, laarpodzol-, haarpodzol-, holtpodzol- en loopodzolgronden) en eerdgronden(gooreerd-, beekeerd-, beekvaag-, broekeerd- en enkeerdgronden) onderscheiden. De fluctuatie van het grondwater is vanwege de waterhuishoudkundige ingrepen en de grove ondergrond gering. Veruit het grootste deel van de bodemeenheden bestaat dan ook uit grondwatertrap IVu.

    AB - Het landinrichtingsgebied Ramele-Pleegste bestaat grotendeels uit pleistocene afzettingen. Op de fluviatiele afzettingen van de Rijn (Formatie van Kreftenheye) liggen fluvioperiglaciale en eolische afzettingen (formatie van Twente). Op een groot aantal plaatsen komt in de laagste delen van het landschap een dunne laag holocene beek/rivierklei voor. Op enkele plaatsen verspreidt in het gebied komt een dunne holocene moerige laag voor. Dit zijn meestal wel de allerlaagste locaties in het onderzoeksgebeid. In het oostelijk deel van het gebied hebben vrij veel gronden door potstalbemesting een dikke minerale eerdlaag gekregen. Binnen de zandgronden zijn podzolgronden (veldpodzol-, laarpodzol-, haarpodzol-, holtpodzol- en loopodzolgronden) en eerdgronden(gooreerd-, beekeerd-, beekvaag-, broekeerd- en enkeerdgronden) onderscheiden. De fluctuatie van het grondwater is vanwege de waterhuishoudkundige ingrepen en de grove ondergrond gering. Veruit het grootste deel van de bodemeenheden bestaat dan ook uit grondwatertrap IVu.

    M3 - Report

    T3 - Rapport

    BT - De bodemgesteldheid van het landinrichtingsgebied Ramele-Pleegste; resultaten van een bodemgeografisch onderzoek

    PB - SC-DLO

    CY - Wageningen

    ER -