De bodemgesteldheid van het landinrichtingsgebied Huinen-Ermelo-Putten; resultaten van een bodemgeografisch onderzoek

A. Scholten

    Research output: Book/ReportReportProfessional

    Abstract

    Het landinrichtingsgebied Huinen-Ermelo-Putten bestaat grotendeels uit pleistocene afzettingen, waarvan het bovenste deel bestaat uit fluvioperiglaciale en eolische afzettingen (Formatie van Twente). De daaronder aanwezige fluviatiele afzettingen van de Rijn (Formatie van Kreftenheye) zijn zelden binnen de boordiepte aangetroffen. In de beekdalen is op een aantal plaatsen een dunne laag zee-/ beekklei en veen aangetroffen. In het dekzandgebied komt slechts op een paar plaatsen moerig materiaal voor. Het gebied wordt doorsneden door een paar oostwest georiënteerde beekdalen. De daar voorkomende gronden hebben over het algemeen en een minerale eerdlaag en een roestige ondergrond (beekeerdgronden), die soms door verwerkingen verschraald zijn. In het dekzandgebied komen voornamelijk podzol- en gooreerdgronden voor. Op de hogere delen in het dekzandgebied, vooral langs de beekdalen, zijn door potstalbemesting gronden met een dikke minerale eerdlaag ontstaan (enkeerdgronden). In het noordelijk deel zijn de zandgronden vanaf het middengedeelte bedekt met een meer of minder dikke laag zeeklei. In de beekdalen heeft deze klei, door de werking van de getijden, de beekeerdgronden beEnvloed. Deze gronden zijn verrijkt met lutum. Door de waterhuishoudkundige ingrepen, o.a. langs de A28, zijn de meeste gronden redelijk goed ontwaterd. De fluctuatie van het het grondwater is in het westelijk deel van zowel het noordelijk- als in het zuidelijk gebied beperkt (kwel). In het oostelijk deel van de gebieden komt eengrotere fluctuatie voor. Bijna de helft van het gebied wordt ingenomen door grondwatertrap VIo.
    Original languageUndefined/Unknown
    Place of PublicationWageningen
    PublisherSC-DLO
    Number of pages102
    Publication statusPublished - 1999

    Publication series

    NameRapport
    No.664

    Cite this