Buffercapaciteit : bedrijfsstijlen in de melkveehouderij, volatiele markten en kengetallen

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

Dit rapport doet verslag van een statistische analyse uitgevoerd op een bestand van Nederlandse melkveehouderijbedrijven. Het doel van deze analyse was na te gaan wat de effecten waren van de melkprijsdaling, die zich voordeed in de tweede helft van 2008 en de eerste helft van 2009. De toenmalige prijsdaling beschouwen we als een voorbode van de situatie die steeds meer de zuivelmarkt zal typeren: een volatiele markt met scherpe prijswisselingen. Het onderzoek toont aan dat de effecten van een melkprijsdaling differentieel van aard zijn, ze variëren al naar gelang het type bedrijf. Om deze verschillen te vatten is een bedrijfsstijlenanalyse uitgevoerd die 4 strategische grondpatronen naar voren brengt: schaalvergroting, fijnregulering, kostenreductie en arbeidsbesparing. In ‘normale’ jaren kan via elk strategisch grondpatroon een goed inkomen worden verworven. Naarmate men meer ‘stijlspecifiek’ is, is het inkomen beter. In ‘slechte’ jaren ligt dit anders: dan blijken strategieën, die draaien om kostenreductie en fijnregulering, tot de beste resultaten te leiden. Ook de balans van vreemd en eigen vermogen speelt in slechte jaren een grote rol. Op haar beurt hangt die balans ook weer op significante wijze samen met de verschillende stijlen. Daarmee brengt de analyse een verschil naar voren dat in de komende jaren wellicht van groot belang zal worden: dat is het verschil tussen boerenlandbouw en ondernemerslandbouw. Met dit onderscheid wordt hier geen moreel of maatschappelijk oordeel gegeven. Waar het om gaat is de vraag welke vorm van landbouwbeoefening het best moeilijke marktomstandigheden weet te weerstaan. In de tweede helft van dit verslag staat de vraag centraal: welk kengetal biedt de melkveehouder het meeste houvast om na te gaan of zijn bedrijf over voldoende veerkracht beschikt om periodes van lage prijzen het hoofd te bieden? Er wordt een nieuw kengetal voorgesteld: buffercapaciteit. Daarnaast kijken we bij welke bedrijfsopzet (stijl) de buffercapaciteit het hoogst is en hoe deze verder is op te voeren
Original languageDutch
Place of PublicationWageningen
PublisherWageningen UR etc.
Number of pages50
Publication statusPublished - 2013

Keywords

  • dairy farming
  • milk prices
  • farm management
  • farming systems
  • characteristics
  • stockmen
  • indexes
  • buffering capacity

Cite this

@book{042b6a03ddf54a8380cb7788f5d6529b,
title = "Buffercapaciteit : bedrijfsstijlen in de melkveehouderij, volatiele markten en kengetallen",
abstract = "Dit rapport doet verslag van een statistische analyse uitgevoerd op een bestand van Nederlandse melkveehouderijbedrijven. Het doel van deze analyse was na te gaan wat de effecten waren van de melkprijsdaling, die zich voordeed in de tweede helft van 2008 en de eerste helft van 2009. De toenmalige prijsdaling beschouwen we als een voorbode van de situatie die steeds meer de zuivelmarkt zal typeren: een volatiele markt met scherpe prijswisselingen. Het onderzoek toont aan dat de effecten van een melkprijsdaling differentieel van aard zijn, ze vari{\"e}ren al naar gelang het type bedrijf. Om deze verschillen te vatten is een bedrijfsstijlenanalyse uitgevoerd die 4 strategische grondpatronen naar voren brengt: schaalvergroting, fijnregulering, kostenreductie en arbeidsbesparing. In ‘normale’ jaren kan via elk strategisch grondpatroon een goed inkomen worden verworven. Naarmate men meer ‘stijlspecifiek’ is, is het inkomen beter. In ‘slechte’ jaren ligt dit anders: dan blijken strategie{\"e}n, die draaien om kostenreductie en fijnregulering, tot de beste resultaten te leiden. Ook de balans van vreemd en eigen vermogen speelt in slechte jaren een grote rol. Op haar beurt hangt die balans ook weer op significante wijze samen met de verschillende stijlen. Daarmee brengt de analyse een verschil naar voren dat in de komende jaren wellicht van groot belang zal worden: dat is het verschil tussen boerenlandbouw en ondernemerslandbouw. Met dit onderscheid wordt hier geen moreel of maatschappelijk oordeel gegeven. Waar het om gaat is de vraag welke vorm van landbouwbeoefening het best moeilijke marktomstandigheden weet te weerstaan. In de tweede helft van dit verslag staat de vraag centraal: welk kengetal biedt de melkveehouder het meeste houvast om na te gaan of zijn bedrijf over voldoende veerkracht beschikt om periodes van lage prijzen het hoofd te bieden? Er wordt een nieuw kengetal voorgesteld: buffercapaciteit. Daarnaast kijken we bij welke bedrijfsopzet (stijl) de buffercapaciteit het hoogst is en hoe deze verder is op te voeren",
keywords = "melkveehouderij, melkprijzen, agrarische bedrijfsvoering, bedrijfssystemen, karakteristieken, veehouders, indexen, buffercapaciteit, dairy farming, milk prices, farm management, farming systems, characteristics, stockmen, indexes, buffering capacity",
author = "H.A. Oostindi{\"e} and {van der Ploeg}, J.D. and {van Broekhuizen}, R.E.",
year = "2013",
language = "Dutch",
publisher = "Wageningen UR etc.",

}

Buffercapaciteit : bedrijfsstijlen in de melkveehouderij, volatiele markten en kengetallen. / Oostindië, H.A.; van der Ploeg, J.D.; van Broekhuizen, R.E.

Wageningen : Wageningen UR etc., 2013. 50 p.

Research output: Book/ReportReportProfessional

TY - BOOK

T1 - Buffercapaciteit : bedrijfsstijlen in de melkveehouderij, volatiele markten en kengetallen

AU - Oostindië, H.A.

AU - van der Ploeg, J.D.

AU - van Broekhuizen, R.E.

PY - 2013

Y1 - 2013

N2 - Dit rapport doet verslag van een statistische analyse uitgevoerd op een bestand van Nederlandse melkveehouderijbedrijven. Het doel van deze analyse was na te gaan wat de effecten waren van de melkprijsdaling, die zich voordeed in de tweede helft van 2008 en de eerste helft van 2009. De toenmalige prijsdaling beschouwen we als een voorbode van de situatie die steeds meer de zuivelmarkt zal typeren: een volatiele markt met scherpe prijswisselingen. Het onderzoek toont aan dat de effecten van een melkprijsdaling differentieel van aard zijn, ze variëren al naar gelang het type bedrijf. Om deze verschillen te vatten is een bedrijfsstijlenanalyse uitgevoerd die 4 strategische grondpatronen naar voren brengt: schaalvergroting, fijnregulering, kostenreductie en arbeidsbesparing. In ‘normale’ jaren kan via elk strategisch grondpatroon een goed inkomen worden verworven. Naarmate men meer ‘stijlspecifiek’ is, is het inkomen beter. In ‘slechte’ jaren ligt dit anders: dan blijken strategieën, die draaien om kostenreductie en fijnregulering, tot de beste resultaten te leiden. Ook de balans van vreemd en eigen vermogen speelt in slechte jaren een grote rol. Op haar beurt hangt die balans ook weer op significante wijze samen met de verschillende stijlen. Daarmee brengt de analyse een verschil naar voren dat in de komende jaren wellicht van groot belang zal worden: dat is het verschil tussen boerenlandbouw en ondernemerslandbouw. Met dit onderscheid wordt hier geen moreel of maatschappelijk oordeel gegeven. Waar het om gaat is de vraag welke vorm van landbouwbeoefening het best moeilijke marktomstandigheden weet te weerstaan. In de tweede helft van dit verslag staat de vraag centraal: welk kengetal biedt de melkveehouder het meeste houvast om na te gaan of zijn bedrijf over voldoende veerkracht beschikt om periodes van lage prijzen het hoofd te bieden? Er wordt een nieuw kengetal voorgesteld: buffercapaciteit. Daarnaast kijken we bij welke bedrijfsopzet (stijl) de buffercapaciteit het hoogst is en hoe deze verder is op te voeren

AB - Dit rapport doet verslag van een statistische analyse uitgevoerd op een bestand van Nederlandse melkveehouderijbedrijven. Het doel van deze analyse was na te gaan wat de effecten waren van de melkprijsdaling, die zich voordeed in de tweede helft van 2008 en de eerste helft van 2009. De toenmalige prijsdaling beschouwen we als een voorbode van de situatie die steeds meer de zuivelmarkt zal typeren: een volatiele markt met scherpe prijswisselingen. Het onderzoek toont aan dat de effecten van een melkprijsdaling differentieel van aard zijn, ze variëren al naar gelang het type bedrijf. Om deze verschillen te vatten is een bedrijfsstijlenanalyse uitgevoerd die 4 strategische grondpatronen naar voren brengt: schaalvergroting, fijnregulering, kostenreductie en arbeidsbesparing. In ‘normale’ jaren kan via elk strategisch grondpatroon een goed inkomen worden verworven. Naarmate men meer ‘stijlspecifiek’ is, is het inkomen beter. In ‘slechte’ jaren ligt dit anders: dan blijken strategieën, die draaien om kostenreductie en fijnregulering, tot de beste resultaten te leiden. Ook de balans van vreemd en eigen vermogen speelt in slechte jaren een grote rol. Op haar beurt hangt die balans ook weer op significante wijze samen met de verschillende stijlen. Daarmee brengt de analyse een verschil naar voren dat in de komende jaren wellicht van groot belang zal worden: dat is het verschil tussen boerenlandbouw en ondernemerslandbouw. Met dit onderscheid wordt hier geen moreel of maatschappelijk oordeel gegeven. Waar het om gaat is de vraag welke vorm van landbouwbeoefening het best moeilijke marktomstandigheden weet te weerstaan. In de tweede helft van dit verslag staat de vraag centraal: welk kengetal biedt de melkveehouder het meeste houvast om na te gaan of zijn bedrijf over voldoende veerkracht beschikt om periodes van lage prijzen het hoofd te bieden? Er wordt een nieuw kengetal voorgesteld: buffercapaciteit. Daarnaast kijken we bij welke bedrijfsopzet (stijl) de buffercapaciteit het hoogst is en hoe deze verder is op te voeren

KW - melkveehouderij

KW - melkprijzen

KW - agrarische bedrijfsvoering

KW - bedrijfssystemen

KW - karakteristieken

KW - veehouders

KW - indexen

KW - buffercapaciteit

KW - dairy farming

KW - milk prices

KW - farm management

KW - farming systems

KW - characteristics

KW - stockmen

KW - indexes

KW - buffering capacity

M3 - Report

BT - Buffercapaciteit : bedrijfsstijlen in de melkveehouderij, volatiele markten en kengetallen

PB - Wageningen UR etc.

CY - Wageningen

ER -