Bronnenanalyse nutriënten stroomgebied Maas

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

De waterkwaliteit in Nederland – en ook in het Maasstroomgebied (Noord-Brabant en Limburg) – verbetert wel, maar dit gaat niet snel genoeg om de doelen die voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn gesteld op tijd te halen. De stoffen stikstof en fosfor (nutriënten) zijn belangrijke factoren voor het bereiken van waterkwaliteitsdoelen. Om effectieve maatregelen te vinden, zijn gedegen gebiedsgerichte analyses nodig om bronnen van de belasting van het (grond)watermilieu door stoffen te kwantificeren. Deze analyses vormen de basis voor de maatregelen die in 2021 worden vastgesteld in de nationale stroomgebiedbeheerplannen (derde generatie SGBP’en) en regionale (water)plannen. De waterschappen en provincies in het Maasstroomgebied hebben behoefte aan een eenduidige analyse van de herkomst van de nutriënten in het oppervlaktewater. In opdracht van het Programmabureau KRW-DHZ Maasregio is onderzoek uitgevoerd naar de nutriëntenbelasting en de bronnen die deze belasting veroorzaken. Uit het onderzoek blijkt dat de totale nutriëntenbelasting van het oppervlaktewater in hoofdzaak worden bepaald door de diffuse uit- en afspoeling vanuit landbouwgronden, effluenten van rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s), toestroming vanuit het buitenland en inlaat vanuit rijkswateren. Voor stikstof heeft actuele bemesting een groot aandeel (72%) in de uit- en afspoeling. Voor fosfor is dit aandeel kleiner (gemiddeld 33%). Binnen debeheersgebieden van de vier waterschappen zijn er per vanggebied grote verschillen tussen de belasting en herkomst. Enerzijds door de regionale verschillen tussen de af- en uitspoeling en het aandeel van de bemesting hierin, anderzijds door de lozingslocaties van RWZI’s, de toestroom vanuit het buitenland, inlaat vanuit rijkswater en de doorvoer van bovenstrooms gelegen waterlichamen, hetgeen sterk verschilt per gebied. Deze resultaten bieden de basis om scenario’s voor maatregelen op te stellen en effecten ervan op de waterkwaliteit te kwantificeren.
LanguageDutch
Place of PublicationWageningen
PublisherWageningen Environmental Research
Number of pages81
DOIs
Publication statusPublished - 2019

Publication series

NameWageningen Environmental Research rapport
No.2931
ISSN (Print)1566-7197

Cite this

Schipper, P., Renaud, L., & van Boekel, E. (2019). Bronnenanalyse nutriënten stroomgebied Maas. (Wageningen Environmental Research rapport; No. 2931). Wageningen: Wageningen Environmental Research. https://doi.org/10.18174/468844
Schipper, Peter ; Renaud, Leo ; van Boekel, Erwin. / Bronnenanalyse nutriënten stroomgebied Maas. Wageningen : Wageningen Environmental Research, 2019. 81 p. (Wageningen Environmental Research rapport; 2931).
@book{7520fced4ce24429bba973bad5e7d85a,
title = "Bronnenanalyse nutriënten stroomgebied Maas",
abstract = "De waterkwaliteit in Nederland – en ook in het Maasstroomgebied (Noord-Brabant en Limburg) – verbetert wel, maar dit gaat niet snel genoeg om de doelen die voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn gesteld op tijd te halen. De stoffen stikstof en fosfor (nutri{\"e}nten) zijn belangrijke factoren voor het bereiken van waterkwaliteitsdoelen. Om effectieve maatregelen te vinden, zijn gedegen gebiedsgerichte analyses nodig om bronnen van de belasting van het (grond)watermilieu door stoffen te kwantificeren. Deze analyses vormen de basis voor de maatregelen die in 2021 worden vastgesteld in de nationale stroomgebiedbeheerplannen (derde generatie SGBP’en) en regionale (water)plannen. De waterschappen en provincies in het Maasstroomgebied hebben behoefte aan een eenduidige analyse van de herkomst van de nutri{\"e}nten in het oppervlaktewater. In opdracht van het Programmabureau KRW-DHZ Maasregio is onderzoek uitgevoerd naar de nutri{\"e}ntenbelasting en de bronnen die deze belasting veroorzaken. Uit het onderzoek blijkt dat de totale nutri{\"e}ntenbelasting van het oppervlaktewater in hoofdzaak worden bepaald door de diffuse uit- en afspoeling vanuit landbouwgronden, effluenten van rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s), toestroming vanuit het buitenland en inlaat vanuit rijkswateren. Voor stikstof heeft actuele bemesting een groot aandeel (72{\%}) in de uit- en afspoeling. Voor fosfor is dit aandeel kleiner (gemiddeld 33{\%}). Binnen debeheersgebieden van de vier waterschappen zijn er per vanggebied grote verschillen tussen de belasting en herkomst. Enerzijds door de regionale verschillen tussen de af- en uitspoeling en het aandeel van de bemesting hierin, anderzijds door de lozingslocaties van RWZI’s, de toestroom vanuit het buitenland, inlaat vanuit rijkswater en de doorvoer van bovenstrooms gelegen waterlichamen, hetgeen sterk verschilt per gebied. Deze resultaten bieden de basis om scenario’s voor maatregelen op te stellen en effecten ervan op de waterkwaliteit te kwantificeren.",
author = "Peter Schipper and Leo Renaud and {van Boekel}, Erwin",
year = "2019",
doi = "10.18174/468844",
language = "Dutch",
series = "Wageningen Environmental Research rapport",
publisher = "Wageningen Environmental Research",
number = "2931",

}

Schipper, P, Renaud, L & van Boekel, E 2019, Bronnenanalyse nutriënten stroomgebied Maas. Wageningen Environmental Research rapport, no. 2931, Wageningen Environmental Research, Wageningen. https://doi.org/10.18174/468844

Bronnenanalyse nutriënten stroomgebied Maas. / Schipper, Peter; Renaud, Leo; van Boekel, Erwin.

Wageningen : Wageningen Environmental Research, 2019. 81 p. (Wageningen Environmental Research rapport; No. 2931).

Research output: Book/ReportReportProfessional

TY - BOOK

T1 - Bronnenanalyse nutriënten stroomgebied Maas

AU - Schipper, Peter

AU - Renaud, Leo

AU - van Boekel, Erwin

PY - 2019

Y1 - 2019

N2 - De waterkwaliteit in Nederland – en ook in het Maasstroomgebied (Noord-Brabant en Limburg) – verbetert wel, maar dit gaat niet snel genoeg om de doelen die voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn gesteld op tijd te halen. De stoffen stikstof en fosfor (nutriënten) zijn belangrijke factoren voor het bereiken van waterkwaliteitsdoelen. Om effectieve maatregelen te vinden, zijn gedegen gebiedsgerichte analyses nodig om bronnen van de belasting van het (grond)watermilieu door stoffen te kwantificeren. Deze analyses vormen de basis voor de maatregelen die in 2021 worden vastgesteld in de nationale stroomgebiedbeheerplannen (derde generatie SGBP’en) en regionale (water)plannen. De waterschappen en provincies in het Maasstroomgebied hebben behoefte aan een eenduidige analyse van de herkomst van de nutriënten in het oppervlaktewater. In opdracht van het Programmabureau KRW-DHZ Maasregio is onderzoek uitgevoerd naar de nutriëntenbelasting en de bronnen die deze belasting veroorzaken. Uit het onderzoek blijkt dat de totale nutriëntenbelasting van het oppervlaktewater in hoofdzaak worden bepaald door de diffuse uit- en afspoeling vanuit landbouwgronden, effluenten van rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s), toestroming vanuit het buitenland en inlaat vanuit rijkswateren. Voor stikstof heeft actuele bemesting een groot aandeel (72%) in de uit- en afspoeling. Voor fosfor is dit aandeel kleiner (gemiddeld 33%). Binnen debeheersgebieden van de vier waterschappen zijn er per vanggebied grote verschillen tussen de belasting en herkomst. Enerzijds door de regionale verschillen tussen de af- en uitspoeling en het aandeel van de bemesting hierin, anderzijds door de lozingslocaties van RWZI’s, de toestroom vanuit het buitenland, inlaat vanuit rijkswater en de doorvoer van bovenstrooms gelegen waterlichamen, hetgeen sterk verschilt per gebied. Deze resultaten bieden de basis om scenario’s voor maatregelen op te stellen en effecten ervan op de waterkwaliteit te kwantificeren.

AB - De waterkwaliteit in Nederland – en ook in het Maasstroomgebied (Noord-Brabant en Limburg) – verbetert wel, maar dit gaat niet snel genoeg om de doelen die voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn gesteld op tijd te halen. De stoffen stikstof en fosfor (nutriënten) zijn belangrijke factoren voor het bereiken van waterkwaliteitsdoelen. Om effectieve maatregelen te vinden, zijn gedegen gebiedsgerichte analyses nodig om bronnen van de belasting van het (grond)watermilieu door stoffen te kwantificeren. Deze analyses vormen de basis voor de maatregelen die in 2021 worden vastgesteld in de nationale stroomgebiedbeheerplannen (derde generatie SGBP’en) en regionale (water)plannen. De waterschappen en provincies in het Maasstroomgebied hebben behoefte aan een eenduidige analyse van de herkomst van de nutriënten in het oppervlaktewater. In opdracht van het Programmabureau KRW-DHZ Maasregio is onderzoek uitgevoerd naar de nutriëntenbelasting en de bronnen die deze belasting veroorzaken. Uit het onderzoek blijkt dat de totale nutriëntenbelasting van het oppervlaktewater in hoofdzaak worden bepaald door de diffuse uit- en afspoeling vanuit landbouwgronden, effluenten van rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s), toestroming vanuit het buitenland en inlaat vanuit rijkswateren. Voor stikstof heeft actuele bemesting een groot aandeel (72%) in de uit- en afspoeling. Voor fosfor is dit aandeel kleiner (gemiddeld 33%). Binnen debeheersgebieden van de vier waterschappen zijn er per vanggebied grote verschillen tussen de belasting en herkomst. Enerzijds door de regionale verschillen tussen de af- en uitspoeling en het aandeel van de bemesting hierin, anderzijds door de lozingslocaties van RWZI’s, de toestroom vanuit het buitenland, inlaat vanuit rijkswater en de doorvoer van bovenstrooms gelegen waterlichamen, hetgeen sterk verschilt per gebied. Deze resultaten bieden de basis om scenario’s voor maatregelen op te stellen en effecten ervan op de waterkwaliteit te kwantificeren.

U2 - 10.18174/468844

DO - 10.18174/468844

M3 - Report

T3 - Wageningen Environmental Research rapport

BT - Bronnenanalyse nutriënten stroomgebied Maas

PB - Wageningen Environmental Research

CY - Wageningen

ER -

Schipper P, Renaud L, van Boekel E. Bronnenanalyse nutriënten stroomgebied Maas. Wageningen: Wageningen Environmental Research, 2019. 81 p. (Wageningen Environmental Research rapport; 2931). https://doi.org/10.18174/468844