Biologische spintbestrijding in roos : ontwikkeling van de inheemse roofmijt Amblyseius andersoni

A. van der Linden

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

Spint behoort tot de belangrijkste plagen in roos. In de meeste gevallen gaat het om bonespintmijt Tetranychus uticae Koch (Acari: Tetranychidae), maar in mindere mate kan ook fruitspint Panonychus ulmi (Koch) (Acari: Tetranychidae) optreden. Bonespint overwintert als bevruchte vrouwtjes door vanaf september ergens in weg te kruipen. Op een boom kruipen ze bijvoorbeeld in kiertjes in de schors. Bij rozen zoeken ze daarom de basis van de plant, waar de beste overwinteringmogelijkheid te vinden is. In het voorjaar worden de vrouwtjes weer actief en zoeken groen blad om zich te voeden en eieren te gaan leggen. Dikwijls gaan ze daarvoor eerst naar onkruiden omdat er aan bomen en struiken nog geen bladeren zitten. Later gaan ze boom of struik weer in. Als spint tot een plaag uitgroeit, wordt de groei van het gewas benadeeld. Bij aantasting kleuren de bladeren geel en uiteindelijk vallen de bladeren zelfs af. Als een spintaantasting niet wordt behandeld en de spint gaat vanaf september in diapauze, dan komt spint in het volgende voorjaar opnieuw te voorschijn. In stammentrekkers is een spintaantasting vanwege de sterke groei van het gewas meestal geen acuut probleem. Door de ondoordringbaarheid van het gewas is een chemische bestrijding in de zomer ook nauwelijks meer uitvoerbaar. De hoeveelheid aanwezige spint kan erg groot zijn, waardoor voor het volgende jaar een aanzienlijke infectiedruk wordt opgebouwd. Een biologische bestrijder heeft geen moeite met een dicht gewas. Geïntegreerde plaagbestrijding bestaat naast biologische bestrijding uit een bewuste keuze van selectieve chemische middelen. Er worden weliswaar natuurlijke vijanden gekweekt voor de glastuinbouw, maar met ingang van 2005 is een vrijstellingslijst van kracht. De toepassing van exotische natuurlijke vijanden staat onder druk. Staat een organisme niet op de lijst, dan mag die niet worden toegepast. Maar ook afgezien daarvan is het van groot belang om vast te stellen welke inheemse natuurlijke vijanden spontaan op roos voorkomen. Het spontane voorkomen op een bepaalde waardplant is een eerste aanwijzing dat een natuurlijke vijand zich op die plant thuis voelt. Een volgende stap is vast te stellen of deze natuurlijke vijanden op één of andere wijze zijn te bevorderen of op een betaalbare wijze zijn te kweken. r De meest voor de hand liggende kandidaten zijn roofmijten, omdat deze ook bij lagere aantallen spint nog steeds een belangrijke rol spelen bij de regulatie van spint. De kans dat roofmijten zijn te kweken tegen niet te hoge kosten is het grootst.
Original languageEnglish
Place of PublicationBoskoop
PublisherPraktijkonderzoek Plant & Omgeving, Bomen
Number of pages30
Publication statusPublished - 2004

Keywords

  • tetranychus urticae
  • rosa
  • roses
  • biological control
  • biological control agents
  • predatory mites
  • pest control
  • plant disease control
  • ornamental plants

Cite this