Biologische en chemische bestrijding van Lyprauta spp. in Phalaenopsis

J. Pijnakker, A. Leman

    Research output: Book/ReportReportProfessional

    Abstract

    In de sierteelt treden de laatste tien jaren problemen op met muggenlarven van het geslacht Lyprauta, die men in de wandelgangen“potworm”heeft gedoopt. Deze muggen worden tot de familie van de langhoornmuggen gerekend. Veel onderzoekers beschouwen de larven van Lyprauta spp. als predatoren van rouwmuggen. Hun larven veroorzaken desondanks problemen in potorchideeën. In anthurium, gerbera en andere groene potplanten veroorzaken ze geen schade. In Phalaenopsis en Cambria worden ze er van verdacht aan jonge wortels en zacht plantmateriaal te eten en zo schade te veroorzaken: De planten produceren minder takken (een minder dan gezonde planten), ze worden vegetatief en lichter en de teeltduur wordt verlengd. De door Lyprauta spp. veroorzaakte schadepost wordt geschat op 17% van de omzet. De natuurlijke vijanden Hypoaspis miles, Hypoapsis aculeifer, Macrocheles robustulus, Steinernema feltiae, Heterorhabditis bacteriophora, Atheta coriaria en selectieve middelen werden getest. De roofmijten H. miles en H. aculeifer konden zich het beste handhaven, maar bleken niet effectief genoeg als ze maar een keer werden geïntroduceerd. Atheta coriaria en Macrocheles robustulus waren verdwenen respectievelijk na 6 en 12 weken. Er werden geen selectieve middel gevonden die de plaag kon uitroeien. Trigard en Spruzit bleken de beste resultaten te geven, maar de verschillen tussen de behandelingen waren niet significant. Geadviseerd wordt 50 lichtvallen per ha te hangen om de plaagontwikkeling te volgen en bij toenemende aantasting Spruzit toe te passen tegen de larven en Decis te foggen tegen de volwassenen. Problems with larvae of the genus Lyprauta are occurring the last ten years in greenhouse horticulture. Growers have baptized them wrongly “potworms”. These gnats belong to the family Keroplatidae and are often called predatory fungus gnats by scientists. Even if they are mostly seen as predators of other insects, their larvae seem to cause particular problems in potted orchids. Their presence is also reported in Anthurium, gerberas and in some green potted plants where they are not harmful to the plants. In Phalaenopsis and Cambria, they are suspected to cause damage to young roots. Infested plants are producing less stems (one less than healthy plants) and are becoming vegetative and lighter. The cultivation period is then often extended. The loss induced by Lyprauta spp is estimated at 17% of the sales. Several natural enemies (Hypoaspis miles, Hypoapsis aculeifer, Macrocheles robustulus, Steinernema feltiae, Heterorhabditis bacteriophora and Atheta coriaria) and selective insecticides have been tested, but we still didn’t find any suitable solutions to control the pest. The plants sprayed with Trigard and Spruzit contained at the end of the experiment less larvae of Lyprauta than in other treatments, but the differences were not significant. Growers should hang 50 light traps per ha to follow the increase of the pest. At high pest pressure, it is advised to spray Spruzit against the larvae en fogging Decis against the adults.
    Original languageDutch
    PublisherWageningen UR Glastuinbouw
    Number of pages22
    Publication statusPublished - 2013

    Publication series

    NameRapport / Wageningen UR Glastuinouw
    PublisherWageningen UR Glastuinbouw
    No.1236

    Keywords

    • orchidaceae
    • phalaenopsis
    • plant pests
    • insect pests
    • biological control agents
    • pot plants
    • predatory mites
    • pesticides
    • agricultural research

    Cite this