Biologische efficiëntie substraatverbruik bij champignon

J.J.P. Baars, A.S.M. Sonnenberg

    Research output: Book/ReportReportProfessional

    Abstract

    In 2013 is de tweede stap gezet in het project om tot een efficienter substraatgebruik te komen in de champignonteelt. Deze stap heeft twee doelen: ¿ Het bepalen van de breeding value (hoe gedragen de stammen zich in kruisingen en welke waarde hebben ze dus in de veredeling) ¿ Welke lijnen zijn geschikt om segregerende populaties te maken. Deze populaties zullen gebruikt worden om genomische gebieden/genen te vinden die de verschillen in efficientie in substraat gebruik kunnen verklaren. De kennis kan gebruikt worden voor zowel veredelen op substraatgebruik als het vinden van alternatieve grondstoffen voor het maken van substraat. Er is in 2013 een selectie gemaakt van negen wild-isolaten en één commerciëel ras van de champignon. Deze stammen dekken de hele variatie van de collectie van Plant Breeding in de efficiëntie van het substraatgebruik (uitgedrukt als g droge stof aan champignons per kg verbruikte organische stof) ook wel biologische effcientie genoemd (BE). De lijnen zijn in alle mogelijke combinaties met elkaar gekruist en van deze kruisingen is weer de biologische efficientie bepaald op compost. Er is een grote variatie gevonden varierend van 11 tot 339 g droge stof/kg organische stof verbruikt in het substraat. Indien we de teeltproef voor de bestudering van biologische efficientie vergelijken met een eerder uitgevoerde proef, zien we dat de gemiddelde waarde voor de biologische efficientie (hier 258 ± 38 g droge stof/kg verbruikte organische stof) vergelijkbaar is met een eerdere proef waarin een brede selectie uit de collectie is getest (233 ± 39 g droge stof/kg verbruikte organische stof). Daarmee lijkt de mate van variatie binnen de twee proeven vergelijkbaar. Er leek echter wel een verschil te zijn in de mate waarin hemicellulose afbraak bijdraagt aan de vorming van biomassa. Gemeten over alle bestudeerde genotypen van wildisolaten werd voor elke kilogram hemicellulose, 1629 g champignons geproduceerd (gemeten als droge stof). Echter, voor de geteste kruisingen blijkt gemiddeld dat voor elke kilogram hemicellulose, slechts 828 g champignons geproduceerd (gemeten als droge stof). Voor de kruisingen die succesvol waren en waarden voor biologische efficiëntie bekend zijn, zullen de breeding values worden berekend. Op basis daarvan wordt gekozen welke lijnen gebruikt zullen worden om segregerende populaties te maken waarmee de genetische basis voor substraatgebruik zal worden ontrafeld.
    Original languageDutch
    Place of PublicationWageningen
    PublisherPlant Research International, Wageningen UR, BU Plant Breeding
    Publication statusPublished - 2014

    Cite this

    Baars, J. J. P., & Sonnenberg, A. S. M. (2014). Biologische efficiëntie substraatverbruik bij champignon. Wageningen: Plant Research International, Wageningen UR, BU Plant Breeding.
    Baars, J.J.P. ; Sonnenberg, A.S.M. / Biologische efficiëntie substraatverbruik bij champignon. Wageningen : Plant Research International, Wageningen UR, BU Plant Breeding, 2014.
    @book{55f1934b63044200b53d9a07c998db75,
    title = "Biologische effici{\"e}ntie substraatverbruik bij champignon",
    abstract = "In 2013 is de tweede stap gezet in het project om tot een efficienter substraatgebruik te komen in de champignonteelt. Deze stap heeft twee doelen: ¿ Het bepalen van de breeding value (hoe gedragen de stammen zich in kruisingen en welke waarde hebben ze dus in de veredeling) ¿ Welke lijnen zijn geschikt om segregerende populaties te maken. Deze populaties zullen gebruikt worden om genomische gebieden/genen te vinden die de verschillen in efficientie in substraat gebruik kunnen verklaren. De kennis kan gebruikt worden voor zowel veredelen op substraatgebruik als het vinden van alternatieve grondstoffen voor het maken van substraat. Er is in 2013 een selectie gemaakt van negen wild-isolaten en {\'e}{\'e}n commerci{\"e}el ras van de champignon. Deze stammen dekken de hele variatie van de collectie van Plant Breeding in de effici{\"e}ntie van het substraatgebruik (uitgedrukt als g droge stof aan champignons per kg verbruikte organische stof) ook wel biologische effcientie genoemd (BE). De lijnen zijn in alle mogelijke combinaties met elkaar gekruist en van deze kruisingen is weer de biologische efficientie bepaald op compost. Er is een grote variatie gevonden varierend van 11 tot 339 g droge stof/kg organische stof verbruikt in het substraat. Indien we de teeltproef voor de bestudering van biologische efficientie vergelijken met een eerder uitgevoerde proef, zien we dat de gemiddelde waarde voor de biologische efficientie (hier 258 ± 38 g droge stof/kg verbruikte organische stof) vergelijkbaar is met een eerdere proef waarin een brede selectie uit de collectie is getest (233 ± 39 g droge stof/kg verbruikte organische stof). Daarmee lijkt de mate van variatie binnen de twee proeven vergelijkbaar. Er leek echter wel een verschil te zijn in de mate waarin hemicellulose afbraak bijdraagt aan de vorming van biomassa. Gemeten over alle bestudeerde genotypen van wildisolaten werd voor elke kilogram hemicellulose, 1629 g champignons geproduceerd (gemeten als droge stof). Echter, voor de geteste kruisingen blijkt gemiddeld dat voor elke kilogram hemicellulose, slechts 828 g champignons geproduceerd (gemeten als droge stof). Voor de kruisingen die succesvol waren en waarden voor biologische effici{\"e}ntie bekend zijn, zullen de breeding values worden berekend. Op basis daarvan wordt gekozen welke lijnen gebruikt zullen worden om segregerende populaties te maken waarmee de genetische basis voor substraatgebruik zal worden ontrafeld.",
    author = "J.J.P. Baars and A.S.M. Sonnenberg",
    year = "2014",
    language = "Dutch",
    publisher = "Plant Research International, Wageningen UR, BU Plant Breeding",

    }

    Baars, JJP & Sonnenberg, ASM 2014, Biologische efficiëntie substraatverbruik bij champignon. Plant Research International, Wageningen UR, BU Plant Breeding, Wageningen.

    Biologische efficiëntie substraatverbruik bij champignon. / Baars, J.J.P.; Sonnenberg, A.S.M.

    Wageningen : Plant Research International, Wageningen UR, BU Plant Breeding, 2014.

    Research output: Book/ReportReportProfessional

    TY - BOOK

    T1 - Biologische efficiëntie substraatverbruik bij champignon

    AU - Baars, J.J.P.

    AU - Sonnenberg, A.S.M.

    PY - 2014

    Y1 - 2014

    N2 - In 2013 is de tweede stap gezet in het project om tot een efficienter substraatgebruik te komen in de champignonteelt. Deze stap heeft twee doelen: ¿ Het bepalen van de breeding value (hoe gedragen de stammen zich in kruisingen en welke waarde hebben ze dus in de veredeling) ¿ Welke lijnen zijn geschikt om segregerende populaties te maken. Deze populaties zullen gebruikt worden om genomische gebieden/genen te vinden die de verschillen in efficientie in substraat gebruik kunnen verklaren. De kennis kan gebruikt worden voor zowel veredelen op substraatgebruik als het vinden van alternatieve grondstoffen voor het maken van substraat. Er is in 2013 een selectie gemaakt van negen wild-isolaten en één commerciëel ras van de champignon. Deze stammen dekken de hele variatie van de collectie van Plant Breeding in de efficiëntie van het substraatgebruik (uitgedrukt als g droge stof aan champignons per kg verbruikte organische stof) ook wel biologische effcientie genoemd (BE). De lijnen zijn in alle mogelijke combinaties met elkaar gekruist en van deze kruisingen is weer de biologische efficientie bepaald op compost. Er is een grote variatie gevonden varierend van 11 tot 339 g droge stof/kg organische stof verbruikt in het substraat. Indien we de teeltproef voor de bestudering van biologische efficientie vergelijken met een eerder uitgevoerde proef, zien we dat de gemiddelde waarde voor de biologische efficientie (hier 258 ± 38 g droge stof/kg verbruikte organische stof) vergelijkbaar is met een eerdere proef waarin een brede selectie uit de collectie is getest (233 ± 39 g droge stof/kg verbruikte organische stof). Daarmee lijkt de mate van variatie binnen de twee proeven vergelijkbaar. Er leek echter wel een verschil te zijn in de mate waarin hemicellulose afbraak bijdraagt aan de vorming van biomassa. Gemeten over alle bestudeerde genotypen van wildisolaten werd voor elke kilogram hemicellulose, 1629 g champignons geproduceerd (gemeten als droge stof). Echter, voor de geteste kruisingen blijkt gemiddeld dat voor elke kilogram hemicellulose, slechts 828 g champignons geproduceerd (gemeten als droge stof). Voor de kruisingen die succesvol waren en waarden voor biologische efficiëntie bekend zijn, zullen de breeding values worden berekend. Op basis daarvan wordt gekozen welke lijnen gebruikt zullen worden om segregerende populaties te maken waarmee de genetische basis voor substraatgebruik zal worden ontrafeld.

    AB - In 2013 is de tweede stap gezet in het project om tot een efficienter substraatgebruik te komen in de champignonteelt. Deze stap heeft twee doelen: ¿ Het bepalen van de breeding value (hoe gedragen de stammen zich in kruisingen en welke waarde hebben ze dus in de veredeling) ¿ Welke lijnen zijn geschikt om segregerende populaties te maken. Deze populaties zullen gebruikt worden om genomische gebieden/genen te vinden die de verschillen in efficientie in substraat gebruik kunnen verklaren. De kennis kan gebruikt worden voor zowel veredelen op substraatgebruik als het vinden van alternatieve grondstoffen voor het maken van substraat. Er is in 2013 een selectie gemaakt van negen wild-isolaten en één commerciëel ras van de champignon. Deze stammen dekken de hele variatie van de collectie van Plant Breeding in de efficiëntie van het substraatgebruik (uitgedrukt als g droge stof aan champignons per kg verbruikte organische stof) ook wel biologische effcientie genoemd (BE). De lijnen zijn in alle mogelijke combinaties met elkaar gekruist en van deze kruisingen is weer de biologische efficientie bepaald op compost. Er is een grote variatie gevonden varierend van 11 tot 339 g droge stof/kg organische stof verbruikt in het substraat. Indien we de teeltproef voor de bestudering van biologische efficientie vergelijken met een eerder uitgevoerde proef, zien we dat de gemiddelde waarde voor de biologische efficientie (hier 258 ± 38 g droge stof/kg verbruikte organische stof) vergelijkbaar is met een eerdere proef waarin een brede selectie uit de collectie is getest (233 ± 39 g droge stof/kg verbruikte organische stof). Daarmee lijkt de mate van variatie binnen de twee proeven vergelijkbaar. Er leek echter wel een verschil te zijn in de mate waarin hemicellulose afbraak bijdraagt aan de vorming van biomassa. Gemeten over alle bestudeerde genotypen van wildisolaten werd voor elke kilogram hemicellulose, 1629 g champignons geproduceerd (gemeten als droge stof). Echter, voor de geteste kruisingen blijkt gemiddeld dat voor elke kilogram hemicellulose, slechts 828 g champignons geproduceerd (gemeten als droge stof). Voor de kruisingen die succesvol waren en waarden voor biologische efficiëntie bekend zijn, zullen de breeding values worden berekend. Op basis daarvan wordt gekozen welke lijnen gebruikt zullen worden om segregerende populaties te maken waarmee de genetische basis voor substraatgebruik zal worden ontrafeld.

    M3 - Report

    BT - Biologische efficiëntie substraatverbruik bij champignon

    PB - Plant Research International, Wageningen UR, BU Plant Breeding

    CY - Wageningen

    ER -

    Baars JJP, Sonnenberg ASM. Biologische efficiëntie substraatverbruik bij champignon. Wageningen: Plant Research International, Wageningen UR, BU Plant Breeding, 2014.