Bewaring vaste planten : op zoek naar indicatoren voor bewaarbaarheid

H.J. van Telgen, D.J.G. Krijger, A. Marissen, G. Slootweg, H.G. Cederhout

    Research output: Book/ReportReportProfessional

    Abstract

    Veel vaste planten waarvan zomerbloemen worden gesneden, worden in het najaar gerooid en tot het voorjaar bewaard bij 0 - 2°C. Tijdens en na deze bewaring treedt door onbekende oorzaak vaak massale uitval op met als gevolg productieonzekerheid van jaar tot jaar. De vraag is of de bewaarcondities zelf of de conditie van de planten op het moment dat zij de bewaring ingaan van belang is. Er zijn sterke aanwijzingen dat het laatste het geval is, vooral de mate van afrijping. In 2001, 2002 en 2003 is dit in veld- en bewaarproeven nader onderzocht. Met vijf gewassen (Achillea, Delphinium, Helenium, Phlox, Solidago) opgeplant in voorjaar 2001, zijn 25 verschillende combinaties van 5 rooidata in 2001 en 5 plantdata in 2002 gemaakt. Na rooien en voor planten zijn steeds een aantal fysiologische parameters van de overwinterende groeipunten gemeten: ademhaling, suikersamenstelling en brekingsindex. Het bleek dat hoe later gerooid werd, hoe beter de overleving na bewaring was. Er waren geen significante verschillen in ademhaling te meten tussen planten die bewaring goed of slecht overleven, zodat meting van de ademhaling geen betrouwbare meetparameter voor de mate van afrijping is. Bij later rooien nam het totaal aan vrije suikers in de groeipunten sterk toe, maar er werden geen speciale suikers gevormd. Bovendien bleek tijdens de bewaring het gehalte aan vrije suikers sterk aan verandering onderhevig, zodat suikersamenstelling ook niet geschikt is als indicator voor afrijping. Bij later rooien nam ook de brekingsindex van het perssap van de groeipunten toe en deze waarden bleken tijdens de bewaring veel stabieler. In 2002-2003 is de proef herhaald. Daarin werden de voorlopige conclusie uit het seizoen 2001-2002 opnieuw bevestigd. De plantdatum had geen invloed op conditie, het rooitijdstip wel: hoe later gerooid, hoe beter de overleving na bewaring. Bovendien was er een duidelijk verband tussen rooitijdstip en de gemeten brekingsindex: hoe later gerooid, hoe hoger de brekingsindex hoger en hoe hoger de overleving hoger, waarmee de brekingsindex mogelijk een indicator kan zijn voor mate van afrijping. Wel bleken er tussen de verschillende proefjaren verschillen in de hoogte en de mate van toename van de brekingsindex. Bovendien was het verloop van de toename verschillend voor verschillende groepen gewassen: voor Phlox en Achillea was de toename gelijkmatig, terwijl bij Delphinium en Solidago bij de laatste rooidata nog een extra toename optrad, mogelijk onder invloed van een extern signaal. Voor de toepasbaarheid van de brekingsindex als indicator, zal daarom eerst vastgesteld moeten worden in hoeverre de brekingsindex wordt beïnvloed door externe factoren als licht en temperatuur en of de meting bij het totale sortiment toe te passen is of dat er mogelijk plantengroepen zijn die zich anders gedragen.
    Original languageDutch
    Place of PublicationAalsmeer
    PublisherPPO BU Glastuinbouw
    Number of pages34
    Publication statusPublished - 2004

    Keywords

    • ornamental plants
    • storage
    • quality
    • netherlands
    • keeping quality

    Cite this

    van Telgen, H. J., Krijger, D. J. G., Marissen, A., Slootweg, G., & Cederhout, H. G. (2004). Bewaring vaste planten : op zoek naar indicatoren voor bewaarbaarheid. Aalsmeer: PPO BU Glastuinbouw.