BEN: Bedrijfsspecifieke bemesting met kunstmeststikstof: Resultaten 2014 en 2018

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

Dit is de verslaglegging van de BEN-pilot over de periode 2014-2018. In de Ben-pilot is aan 6 melkveebedrijven extra gebruiksruimte kunstmest gegund op basis van gewasonttrekking en milieurandvoorwaarden In Nederland gelden maxima voor het toepassen van kunstmest en fosfaat meststoffen op gewassen met als doel om de waterkwaliteit te waarborgen. De maxima begrenzen het gebruik van kunstmest en dierlijke mest en deze worden aangeduid als gebruiksnormen. De gebruiksnormen zijn generiek en afgestemd op grondsoort (klei, veen, zand en löss) maar houden geen rekening met bedrijfsspecifieke verschillen, de verschillen tussen de generieke norm en bedrijfsspecifieke behoefte kunnen groot zijn. Sommige bedrijven onttrekken meer stikstof en fosfaat dan bemest kan worden met generieke bemesting, deze bedrijven zouden meer kunnen bemesten zonder dat het milieu daardoor belast wordt. Andere bedrijven onttrekken minder stikstof en fosfaat dan bemest wordt met generieke normen, deze bedrijven met hoger overschot belasten waarschijnlijk het milieu binnen de huidige kaders van de regelgeving. In de BEN-pilot hebben een selectie van 6 melkveehouders meer ruimte gekregen om kunstmest stikstof aan te wenden. De hoeveelheid kunstmest per bedrijf is bepaald aan de bedrijfsspecifieke onttrekking van stikstof door het gewas. Vanaf 2016 ook het effect op het acceptabel bodemoverschot in de afweging meegenomen als voorwaarde voor het milieukader. Bedrijven is minimaal 40 kg N per ha gegund omdat verwacht werd dat anders effecten op gewasgroei en waterkwaliteit niet inzichtelijk werden. De bedrijven waren vrij om de kunstmest naar eigen inzicht toe te dienen op gras en maïs. Op de bedrijven zijn de onttrekking van stikstof en fosfaat door gewassen, de droge stofproductie, de uitspoeling van nitraat door drainwater naar oppervlaktewater gemonitord door gebruik van de KringloopWijzer en metingen van het RIVM en Alterra. De KringloopWijzer is een belangrijk onderdeel van de monitoring, omdat eventuele differentiatie in regelgeving ook gebaseerd kan gaan worden op de KringloopWijzer. De resultaten van de BEN-pilot zijn vergeleken met de resultaten van dezelfde bedrijven in de referentiejaren. De extra bemestingsruimte is in alle gevallen ingezet op maai en weide percelen, geen van de melkveehouders heeft extra kunstmest ingezet op maïsland. De weersomstandigheden verschillen erg per jaar in de periode 2014-2018, 2014 was uitermate groeizaam en 2018 was extreem droog wat effect heeft gehad op gewasgroei en op het stikstofoverschot van de bodem. Gemiddeld was de referentiejaren goed te vergelijken met de BEN-pilot. In de BEN-pilot was de aanvoer van N 10% hoger, de afvoer was 6% hoger en het stikstofoverschot was 17% hoger. De aanvoer steeg met 45 kg N per ha en de opname door het gewas was 20 kg hoger, 45% van de aangevoerde stikstof kwam beschikbaar voor de plant. Gemiddeld bleef de BEN-pilot onder het acceptabel N-overschot. De fosfaatonttrekking op BEN-bedrijven steeg en het fosfaatoverschot daalde verder van -12 naar -17 kg N per ha. Op BEN-bedrijven is onbedoeld meer fosfaatuitmijning opgetreden. Er zijn geen aanwijzingen voor een toename van de nitraatconcentratie in grondwater en drainwater in de periode van de BEN-bemesting. Een hogere N-bemesting resulteert in een hoger RE-gehalte van de graskuilen, de benutting van extra geoogst eiwit in de veestapel daalt.
Original languageDutch
Place of PublicationWageningen
PublisherWageningen Livestock Research
Number of pages27
DOIs
Publication statusPublished - 2020

Publication series

NameRapport / Koeien en kansen
No.nr. 86
ISSN (Print)0169-3689
NameWageningen Plant Research
No.1021

Cite this