Bedrijfsspecifiek bepalen van stikstofstromen in bodem, gewas en milieu : casestudy melkveebedrijf Baltus in Middenmeer

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

Deze verkenning is erop gericht om inzicht te krijgen in knelpunten met betrekking tot stikstof (N) en fosfor (P) stromen in het bodem/gewas systeem op Koeien & Kansen-bedrijf Baltus, gelegen in Middenmeer, Noord-Holland. In het bijzonder is hierbij ingegaan op de N-voorziening met bemesting en de N-levering door de bodem, de gewasopname en verliezen naar het milieu. De verkenning gaat verder in op de vraag of hard gemaakt kan worden dat N (hoofdzakelijk gebonden aan organische stof) zich in de bodem ophoopt. Ophoping van N in de bodem is goed mogelijk omdat het bedrijf een akkerbouwhistorie heeft zodat verwacht mag worden dat het bedrijf met een groot aandeel gras in een overgang zit naar een nieuw, hoger evenwichtsniveau van N in de bodem. Besproken wordt tevens of, als N-ophoping vastgesteld kan worden, dit dan als milieu onschadelijk deel van het overschot kan worden beschouwd. Dit zou dan kunnen beteken dat bedrijfsspecifiek een hoger acceptabel N-overschot bepaald kan worden, waarbij een hogere mest N-dosering verantwoord is. Tenslotte gaat de verkenning in op mogelijkheden om de knelpunten met betrekking tot stikstof (N)- en fosfor (P)- stromen in bodem en gewas op te lossen. Op het bedrijf Baltus wordt gras en maïs geteeld en wordt ieder jaar ongeveer een derde van het bedrijfsareaal van ongeveer 65 ha verhuurd aan een akkerbouwer voor de teelt van aardappelen. Het bedrijf neemt deel aan de pilot voor bedrijfsspecifieke bemesting volgens BES (Bedrijfs Eigen bemesting met Stikstof uit dierlijke mest). Dit houdt in dat de bemesting afgestemd wordt op de bedrijfsspecifieke gewasopbrengst van stikstof en fosfaat. Analyse van bedrijfsgegevens maakt duidelijk dat het gras op bedrijf Baltus een consistent laag ruw eiwit (RE) gehalte heeft van ongeveer 130 g per kg ds. Ook het P-gehalte is laag met 3,3 g per kg ds. Dit wordt veroorzaakt door verdunning van N en P over een zeer hoge droge stofopbrengst. De N-opname zelf in gras is normaal en de P opname in gras is zelfs hoog. Het niveau van werkzame N is relatief hoog, in de range van 375 tot 500 kg per ha. Toch treedt nog een duidelijke respons op van gras op het niveau van werkzame N. Dit is grotendeels te verklaren door de omgevingsomstandigheden die zeer gunstig zijn voor grasgroei, te weten: een zavelgrond met aanrijking van water naar wortels via capillaire opstijging uit grondwater en een zeer mild klimaat met meestal voldoende neerslag. Deze omstandigheden bevorderen de grasgroei tot op een hoog productieniveau en N is daarbij tot op een hoog niveau geen overbodige luxe. Een andere verklaring is dat de N-levering uit de bodem met ongeveer 50 kg N per ha heel laag is. Hierdoor valt de N-voorziening lager uit dan wat op grond van het bemestingsniveau verwacht zou worden. Een sterke vastlegging van N in de bodem is op basis van de NLV metingen een mogelijkheid en de vraag is of je dat terugziet in N-ophoping. De posten van de N-balans in de bodem worden als volgt geschat: het -overschot bedraagt 87 kg N per ha (95% betrouwbarheidsinterval (bbi): 77-107). Dit overschot verdeelt zich over ophoping in de bodem van 10 kg N per ha (95% bbi -64 tot 106), verlies door uitspoeling van 7 kg N per ha (95% bbi 3 tot 10) met denitrificatie als restpost: 61 kg N per ha. De ophoping in de bodem is gebaseerd op trends op basis van bodemchemische analyses uit 2005 - 2019. De hypothese dat N zich in de bodem ophoopt, kan niet op grond van bodemanalyses worden bevestigd. Daarvoor is de betrouwbaarheid van de trends van bodemanalyses veel te beperkt. Hierbij moet opgemerkt worden dat bij de bepaling van het 95% bbi nog geen rekening gehouden is met variatie van de bulkdichtheid. Of ophoping van stikstof in de bodem beoordeeld kan worden als milieuneutraal of niet hangt af van de risico’s van het op termijn vrijkomen van de opgebouwde stikstof. Dit risico hangt samen met toekomstig landgebruik en met de C/N-verhouding van het opgebouwde materiaal. Een hogere C/N-verhouding betekent een lager risico. Aanbevolen wordt om op een klein deel van het bedrijf te verkennen de beschikbaarheid van stikstof in gras meer in balans kan worden gebracht met omgevingsomstandigheden zoals temperatuur en vochtbeschikbaarheid die zeer gunstig zijn voor grasgroei. Opties zijn: i) Doorgaan met BES zodat bemesting bedrijfsspecifiek afgestemd is op de hoge gewasopbrengst op het bedrijf; ii) Verhogen van de Nbenutting door toepassen van kunstmest met een hoger ammoniumaandeel, eventueel in combinatie met nitrificatieremmers in het voorjaar; iii) N-binding met klaver of andere gewassen met het vermogen N te binden iv) Een hoger N-levering door inwisselen van kunstmest N voor organische N en/of door achterwege laten akkerbouw.
Original languageDutch
Place of PublicationWageningen
PublisherWageningen Livestock Research
Number of pages40
DOIs
Publication statusPublished - 2020

Publication series

NameKoeien & Kansen rapport
No.nr. 88
ISSN (Print)0169-3689

Cite this