Augustaziek bij tulp : Eindrapportage ‘Inzicht in de symptoomontwikkeling van Augustaziek tijdens de bolproductie en broeierij'

M. Verbeek, C.C.M.M. Stijger, M.F.N. van Dam, A.M. van der Lans, M.E.C. Lemmers, A.J.M. van Haaster

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

Augustaziek bij tulp wordt veroorzaakt door het Olive mild mosaic virus (OMMV), een virus dat behoort tot het geslacht Necrovirus (waar ook het tabaksnecrosevirus (TNV) toe behoort). Dit virus kan plantenwortels infecteren vanuit de grond, een proces dat vele malen efficiënter wordt wanneer de virusdeeltjes via zwermsporen van de wortels-infecterende bodemschimmel Olpidium brassicae worden overgebracht. Schimmel en virus komen pleksgewijs in verschillende grondsoorten voor en leven op allerlei gewassen en onkruiden. Augusta komt in bepaalde jaren meer voor dan in andere jaren. Er wordt soms over een cyclus van ongeveer 12 jaar gesproken waarin zogenaamde Augusta-jaren voorkomen. Het onderzoek waarin in dit verslag wordt gerapporteerd had als uitgangspunt drie vragen: • Wanneer Augustaziek uitdooft in een partij, is het virus dan echt afwezig, of heeft men met een latente (niet zichtbare) infectie te maken? Genezen van virus is nl. geen gangbaar verschijnsel in de plantenwereld. • Hoe groot is het risico op zichtbare schade in de broei van een partij die op het veld zichtbare Augusta-schade vertoonde? Kan de schade in de broei voorspeld worden? • Zijn er factoren/indicatoren die een ‘Augusta-jaar’ aankondigen? Om een idee te krijgen over de mogelijke antwoorden op deze vragen is als eerste een enquête gehouden onder tulpentelers (bollenteelt en afbroei). Aan de hand van die enquête is gekeken naar o.a. teeltomstandigheden, perceel, voorvrucht etc. Ook is aan deze telers gevraagd of zij materiaal beschikbaar wilden stellen van partijen waarin zij eerder Augusta-schade hadden waargenomen. Deze partijen zijn opgeplant in de kas onder afbroei-omstandigheden en op het veld onder bollenteelt-omstandigheden. Tijdens deze teelten werd de symptoomontwikkeling gevolgd en werden virustoetsen uitgevoerd om de infectie met OMMV te monitoren. Bij enkele planten met symptomen is met behulp van Next Generation Sequencing gekeken of ook daadwerkelijk OMMV betrokken was bij het ziektebeeld. Hieruit bleek dat er in enkele planten andere virussen dan OMMV voorkwamen die symptomen veroorzaakten die waarschijnlijk in de praktijk moeilijk van Augusta kunnen worden onderscheiden. Voorbeelden van deze virussen zijn het tulpenvirus X, Arabis mozaïekvirus, dravikmozaïekvirus, tabaksratelvirus en het vroege-verbruiningsvirus van erwt. Hoewel op bovenstaande vragen nog geen duidelijke antwoorden te geven zijn, is wel een stapje in de goede richting gezet. Uit dit onderzoek zijn de volgende inzichten verkregen: • Symptomen in tulp die in de praktijk Augustaziek worden genoemd worden over het algemeen veroorzaakt door infectie met OMMV, maar ook andere virussen kunnen op Augusta lijkende schadebeelden geven. • OMMV lijkt in de afbroei ook symptoomloos te kunnen voorkomen, maar dat zal afhankelijk zijn van cultivar en teeltomstandigheden (over het algemeen wordt aangenomen dat bij hogere temperaturen minder schade wordt waargenomen). • Een aantal partijen die als Augustapartijen waren aangemerkt bleken vrij te zijn van OMMV in de virustoets in het leverbaar materiaal en in de boltoetsen na kasteelt en veldteelt. Tijdens deze teelten werd geen schade waargenomen in deze partijen. Of dit ook daadwerkelijk betekent dat uitdoving heeft plaatsgevonden is niet te concluderen omdat ten tijde van de waarneming van de symptomen de zieke planten niet op virusinfecties zijn getoetst.
Original languageDutch
Place of PublicationLisse
PublisherPraktijkonderzoek Plant & Omgeving BBF
Number of pages29
Publication statusPublished - 2014

Keywords

  • tulips
  • plant viruses
  • necrovirus
  • olpidium brassicae
  • damage
  • disease transmission
  • soil fungi
  • ornamental crops
  • ornamental bulbs
  • cultural methods
  • agricultural research

Cite this

Verbeek, M., Stijger, C. C. M. M., van Dam, M. F. N., van der Lans, A. M., Lemmers, M. E. C., & van Haaster, A. J. M. (2014). Augustaziek bij tulp : Eindrapportage ‘Inzicht in de symptoomontwikkeling van Augustaziek tijdens de bolproductie en broeierij'. Lisse: Praktijkonderzoek Plant & Omgeving BBF.
Verbeek, M. ; Stijger, C.C.M.M. ; van Dam, M.F.N. ; van der Lans, A.M. ; Lemmers, M.E.C. ; van Haaster, A.J.M. / Augustaziek bij tulp : Eindrapportage ‘Inzicht in de symptoomontwikkeling van Augustaziek tijdens de bolproductie en broeierij'. Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving BBF, 2014. 29 p.
@book{52d5817633ad47a4b2963b50acf071a5,
title = "Augustaziek bij tulp : Eindrapportage ‘Inzicht in de symptoomontwikkeling van Augustaziek tijdens de bolproductie en broeierij'",
abstract = "Augustaziek bij tulp wordt veroorzaakt door het Olive mild mosaic virus (OMMV), een virus dat behoort tot het geslacht Necrovirus (waar ook het tabaksnecrosevirus (TNV) toe behoort). Dit virus kan plantenwortels infecteren vanuit de grond, een proces dat vele malen effici{\"e}nter wordt wanneer de virusdeeltjes via zwermsporen van de wortels-infecterende bodemschimmel Olpidium brassicae worden overgebracht. Schimmel en virus komen pleksgewijs in verschillende grondsoorten voor en leven op allerlei gewassen en onkruiden. Augusta komt in bepaalde jaren meer voor dan in andere jaren. Er wordt soms over een cyclus van ongeveer 12 jaar gesproken waarin zogenaamde Augusta-jaren voorkomen. Het onderzoek waarin in dit verslag wordt gerapporteerd had als uitgangspunt drie vragen: • Wanneer Augustaziek uitdooft in een partij, is het virus dan echt afwezig, of heeft men met een latente (niet zichtbare) infectie te maken? Genezen van virus is nl. geen gangbaar verschijnsel in de plantenwereld. • Hoe groot is het risico op zichtbare schade in de broei van een partij die op het veld zichtbare Augusta-schade vertoonde? Kan de schade in de broei voorspeld worden? • Zijn er factoren/indicatoren die een ‘Augusta-jaar’ aankondigen? Om een idee te krijgen over de mogelijke antwoorden op deze vragen is als eerste een enqu{\^e}te gehouden onder tulpentelers (bollenteelt en afbroei). Aan de hand van die enqu{\^e}te is gekeken naar o.a. teeltomstandigheden, perceel, voorvrucht etc. Ook is aan deze telers gevraagd of zij materiaal beschikbaar wilden stellen van partijen waarin zij eerder Augusta-schade hadden waargenomen. Deze partijen zijn opgeplant in de kas onder afbroei-omstandigheden en op het veld onder bollenteelt-omstandigheden. Tijdens deze teelten werd de symptoomontwikkeling gevolgd en werden virustoetsen uitgevoerd om de infectie met OMMV te monitoren. Bij enkele planten met symptomen is met behulp van Next Generation Sequencing gekeken of ook daadwerkelijk OMMV betrokken was bij het ziektebeeld. Hieruit bleek dat er in enkele planten andere virussen dan OMMV voorkwamen die symptomen veroorzaakten die waarschijnlijk in de praktijk moeilijk van Augusta kunnen worden onderscheiden. Voorbeelden van deze virussen zijn het tulpenvirus X, Arabis moza{\"i}ekvirus, dravikmoza{\"i}ekvirus, tabaksratelvirus en het vroege-verbruiningsvirus van erwt. Hoewel op bovenstaande vragen nog geen duidelijke antwoorden te geven zijn, is wel een stapje in de goede richting gezet. Uit dit onderzoek zijn de volgende inzichten verkregen: • Symptomen in tulp die in de praktijk Augustaziek worden genoemd worden over het algemeen veroorzaakt door infectie met OMMV, maar ook andere virussen kunnen op Augusta lijkende schadebeelden geven. • OMMV lijkt in de afbroei ook symptoomloos te kunnen voorkomen, maar dat zal afhankelijk zijn van cultivar en teeltomstandigheden (over het algemeen wordt aangenomen dat bij hogere temperaturen minder schade wordt waargenomen). • Een aantal partijen die als Augustapartijen waren aangemerkt bleken vrij te zijn van OMMV in de virustoets in het leverbaar materiaal en in de boltoetsen na kasteelt en veldteelt. Tijdens deze teelten werd geen schade waargenomen in deze partijen. Of dit ook daadwerkelijk betekent dat uitdoving heeft plaatsgevonden is niet te concluderen omdat ten tijde van de waarneming van de symptomen de zieke planten niet op virusinfecties zijn getoetst.",
keywords = "tulpen, plantenvirussen, necrovirus, olpidium brassicae, schade, ziekteoverdracht, bodemschimmels, siergewassen, bloembollen, cultuurmethoden, landbouwkundig onderzoek, tulips, plant viruses, necrovirus, olpidium brassicae, damage, disease transmission, soil fungi, ornamental crops, ornamental bulbs, cultural methods, agricultural research",
author = "M. Verbeek and C.C.M.M. Stijger and {van Dam}, M.F.N. and {van der Lans}, A.M. and M.E.C. Lemmers and {van Haaster}, A.J.M.",
note = "PPO nr. 3236163300 / PT 14840",
year = "2014",
language = "Dutch",
publisher = "Praktijkonderzoek Plant & Omgeving BBF",

}

Augustaziek bij tulp : Eindrapportage ‘Inzicht in de symptoomontwikkeling van Augustaziek tijdens de bolproductie en broeierij'. / Verbeek, M.; Stijger, C.C.M.M.; van Dam, M.F.N.; van der Lans, A.M.; Lemmers, M.E.C.; van Haaster, A.J.M.

Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving BBF, 2014. 29 p.

Research output: Book/ReportReportProfessional

TY - BOOK

T1 - Augustaziek bij tulp : Eindrapportage ‘Inzicht in de symptoomontwikkeling van Augustaziek tijdens de bolproductie en broeierij'

AU - Verbeek, M.

AU - Stijger, C.C.M.M.

AU - van Dam, M.F.N.

AU - van der Lans, A.M.

AU - Lemmers, M.E.C.

AU - van Haaster, A.J.M.

N1 - PPO nr. 3236163300 / PT 14840

PY - 2014

Y1 - 2014

N2 - Augustaziek bij tulp wordt veroorzaakt door het Olive mild mosaic virus (OMMV), een virus dat behoort tot het geslacht Necrovirus (waar ook het tabaksnecrosevirus (TNV) toe behoort). Dit virus kan plantenwortels infecteren vanuit de grond, een proces dat vele malen efficiënter wordt wanneer de virusdeeltjes via zwermsporen van de wortels-infecterende bodemschimmel Olpidium brassicae worden overgebracht. Schimmel en virus komen pleksgewijs in verschillende grondsoorten voor en leven op allerlei gewassen en onkruiden. Augusta komt in bepaalde jaren meer voor dan in andere jaren. Er wordt soms over een cyclus van ongeveer 12 jaar gesproken waarin zogenaamde Augusta-jaren voorkomen. Het onderzoek waarin in dit verslag wordt gerapporteerd had als uitgangspunt drie vragen: • Wanneer Augustaziek uitdooft in een partij, is het virus dan echt afwezig, of heeft men met een latente (niet zichtbare) infectie te maken? Genezen van virus is nl. geen gangbaar verschijnsel in de plantenwereld. • Hoe groot is het risico op zichtbare schade in de broei van een partij die op het veld zichtbare Augusta-schade vertoonde? Kan de schade in de broei voorspeld worden? • Zijn er factoren/indicatoren die een ‘Augusta-jaar’ aankondigen? Om een idee te krijgen over de mogelijke antwoorden op deze vragen is als eerste een enquête gehouden onder tulpentelers (bollenteelt en afbroei). Aan de hand van die enquête is gekeken naar o.a. teeltomstandigheden, perceel, voorvrucht etc. Ook is aan deze telers gevraagd of zij materiaal beschikbaar wilden stellen van partijen waarin zij eerder Augusta-schade hadden waargenomen. Deze partijen zijn opgeplant in de kas onder afbroei-omstandigheden en op het veld onder bollenteelt-omstandigheden. Tijdens deze teelten werd de symptoomontwikkeling gevolgd en werden virustoetsen uitgevoerd om de infectie met OMMV te monitoren. Bij enkele planten met symptomen is met behulp van Next Generation Sequencing gekeken of ook daadwerkelijk OMMV betrokken was bij het ziektebeeld. Hieruit bleek dat er in enkele planten andere virussen dan OMMV voorkwamen die symptomen veroorzaakten die waarschijnlijk in de praktijk moeilijk van Augusta kunnen worden onderscheiden. Voorbeelden van deze virussen zijn het tulpenvirus X, Arabis mozaïekvirus, dravikmozaïekvirus, tabaksratelvirus en het vroege-verbruiningsvirus van erwt. Hoewel op bovenstaande vragen nog geen duidelijke antwoorden te geven zijn, is wel een stapje in de goede richting gezet. Uit dit onderzoek zijn de volgende inzichten verkregen: • Symptomen in tulp die in de praktijk Augustaziek worden genoemd worden over het algemeen veroorzaakt door infectie met OMMV, maar ook andere virussen kunnen op Augusta lijkende schadebeelden geven. • OMMV lijkt in de afbroei ook symptoomloos te kunnen voorkomen, maar dat zal afhankelijk zijn van cultivar en teeltomstandigheden (over het algemeen wordt aangenomen dat bij hogere temperaturen minder schade wordt waargenomen). • Een aantal partijen die als Augustapartijen waren aangemerkt bleken vrij te zijn van OMMV in de virustoets in het leverbaar materiaal en in de boltoetsen na kasteelt en veldteelt. Tijdens deze teelten werd geen schade waargenomen in deze partijen. Of dit ook daadwerkelijk betekent dat uitdoving heeft plaatsgevonden is niet te concluderen omdat ten tijde van de waarneming van de symptomen de zieke planten niet op virusinfecties zijn getoetst.

AB - Augustaziek bij tulp wordt veroorzaakt door het Olive mild mosaic virus (OMMV), een virus dat behoort tot het geslacht Necrovirus (waar ook het tabaksnecrosevirus (TNV) toe behoort). Dit virus kan plantenwortels infecteren vanuit de grond, een proces dat vele malen efficiënter wordt wanneer de virusdeeltjes via zwermsporen van de wortels-infecterende bodemschimmel Olpidium brassicae worden overgebracht. Schimmel en virus komen pleksgewijs in verschillende grondsoorten voor en leven op allerlei gewassen en onkruiden. Augusta komt in bepaalde jaren meer voor dan in andere jaren. Er wordt soms over een cyclus van ongeveer 12 jaar gesproken waarin zogenaamde Augusta-jaren voorkomen. Het onderzoek waarin in dit verslag wordt gerapporteerd had als uitgangspunt drie vragen: • Wanneer Augustaziek uitdooft in een partij, is het virus dan echt afwezig, of heeft men met een latente (niet zichtbare) infectie te maken? Genezen van virus is nl. geen gangbaar verschijnsel in de plantenwereld. • Hoe groot is het risico op zichtbare schade in de broei van een partij die op het veld zichtbare Augusta-schade vertoonde? Kan de schade in de broei voorspeld worden? • Zijn er factoren/indicatoren die een ‘Augusta-jaar’ aankondigen? Om een idee te krijgen over de mogelijke antwoorden op deze vragen is als eerste een enquête gehouden onder tulpentelers (bollenteelt en afbroei). Aan de hand van die enquête is gekeken naar o.a. teeltomstandigheden, perceel, voorvrucht etc. Ook is aan deze telers gevraagd of zij materiaal beschikbaar wilden stellen van partijen waarin zij eerder Augusta-schade hadden waargenomen. Deze partijen zijn opgeplant in de kas onder afbroei-omstandigheden en op het veld onder bollenteelt-omstandigheden. Tijdens deze teelten werd de symptoomontwikkeling gevolgd en werden virustoetsen uitgevoerd om de infectie met OMMV te monitoren. Bij enkele planten met symptomen is met behulp van Next Generation Sequencing gekeken of ook daadwerkelijk OMMV betrokken was bij het ziektebeeld. Hieruit bleek dat er in enkele planten andere virussen dan OMMV voorkwamen die symptomen veroorzaakten die waarschijnlijk in de praktijk moeilijk van Augusta kunnen worden onderscheiden. Voorbeelden van deze virussen zijn het tulpenvirus X, Arabis mozaïekvirus, dravikmozaïekvirus, tabaksratelvirus en het vroege-verbruiningsvirus van erwt. Hoewel op bovenstaande vragen nog geen duidelijke antwoorden te geven zijn, is wel een stapje in de goede richting gezet. Uit dit onderzoek zijn de volgende inzichten verkregen: • Symptomen in tulp die in de praktijk Augustaziek worden genoemd worden over het algemeen veroorzaakt door infectie met OMMV, maar ook andere virussen kunnen op Augusta lijkende schadebeelden geven. • OMMV lijkt in de afbroei ook symptoomloos te kunnen voorkomen, maar dat zal afhankelijk zijn van cultivar en teeltomstandigheden (over het algemeen wordt aangenomen dat bij hogere temperaturen minder schade wordt waargenomen). • Een aantal partijen die als Augustapartijen waren aangemerkt bleken vrij te zijn van OMMV in de virustoets in het leverbaar materiaal en in de boltoetsen na kasteelt en veldteelt. Tijdens deze teelten werd geen schade waargenomen in deze partijen. Of dit ook daadwerkelijk betekent dat uitdoving heeft plaatsgevonden is niet te concluderen omdat ten tijde van de waarneming van de symptomen de zieke planten niet op virusinfecties zijn getoetst.

KW - tulpen

KW - plantenvirussen

KW - necrovirus

KW - olpidium brassicae

KW - schade

KW - ziekteoverdracht

KW - bodemschimmels

KW - siergewassen

KW - bloembollen

KW - cultuurmethoden

KW - landbouwkundig onderzoek

KW - tulips

KW - plant viruses

KW - necrovirus

KW - olpidium brassicae

KW - damage

KW - disease transmission

KW - soil fungi

KW - ornamental crops

KW - ornamental bulbs

KW - cultural methods

KW - agricultural research

M3 - Report

BT - Augustaziek bij tulp : Eindrapportage ‘Inzicht in de symptoomontwikkeling van Augustaziek tijdens de bolproductie en broeierij'

PB - Praktijkonderzoek Plant & Omgeving BBF

CY - Lisse

ER -