TY - BOOK
T1 - Ankerkuilbemonstering in de Westerschelde: resultaten 2024 en meerjarenoverzichten
AU - de Boois, I.J.
AU - Couperus, A.S.
N1 - Project number: 4316100330
PY - 2024/12
Y1 - 2024/12
N2 - In 2024 is de jaarlijkse visbemonstering met de ankerkuil op de Westerschelde uitgevoerd als onderdeel van de monitoring voor de Kaderrichtlijn Water. Sinds 2011 is deze in combinatie met een identieke bemonstering op de Zeeschelde in België met hetzelfde schip en vistuig. Het onderzoek richt zich op het pelagische visbestand. De toegepaste methode is een passieve vistechniek (ankerkuil) die gebruik maakt van de getijstromen en die gericht is op pelagische soorten. Op vier verschillende locaties wordt er dagelijks bij daglicht één vloedperiode en één ebperiode bemonsterd, gedurende vier dagen in april/mei en vier dagen in september. Bij de bemonstering met een ankerkuil wordt een net dat op vier hoekpunten met een anker verbonden is in de stroom van een viswater geplaatst. Dit gebeurt vanaf een schip dat aan datzelfde anker afgemeerd ligt. Er kan met twee vistuigen gelijktijdig worden gevist: één aan stuurboord en één aan bakboord. Op de vier locaties zijn in 2024 in totaal 28 monsters genomen (15 voorjaar, 13 najaar), waarvan 14 bestonden uit simultane trekken aan stuur- en bakboord. Dit is alleen bij een gunstige combinatie van wind en stroomrichting mogelijk. Per dag zijn zowel de eb als de vloed in voor- en najaar bevist. In algemene zin waren de vangsten in lijn met die van eerdere jaren: in zowel het voor- als najaar gedomineerd door haringachtigen (haring, sprot) en ribkwallen (voorjaar: zeedruif (Pleurobrachia pileus), najaar: Amerikaanse langlobribkwal (Mnemiopsis leidyi)). Er is geen duidelijke ontwikkeling te zien in de hoeveelheden per soort. Het is aan te raden om in het vervolg over te schakelen naar gestandaardiseerde vangsten per volume. In de huidige berekeningsmethodiek wordt een combinatie van de visduur en de netopening gebruikt voor standaardisatie. Hierdoor wordt voorbij gegaan aan de verschillen in hoeveelheid passerend water per getijfase en per maanfase. Tijdens de survey worden flowmeters gebruikt om de hoeveelheid gepasseerd water te registreren. Door deze gegevens te gebruiken voor de standaardisatie wordt gecorrigeerd voor effecten van een onevenredige getijdebemonstering, veroorzaakt door weersomstandigheden of door verschillen in stroomsnelheid in de verschillende getijfases.
AB - In 2024 is de jaarlijkse visbemonstering met de ankerkuil op de Westerschelde uitgevoerd als onderdeel van de monitoring voor de Kaderrichtlijn Water. Sinds 2011 is deze in combinatie met een identieke bemonstering op de Zeeschelde in België met hetzelfde schip en vistuig. Het onderzoek richt zich op het pelagische visbestand. De toegepaste methode is een passieve vistechniek (ankerkuil) die gebruik maakt van de getijstromen en die gericht is op pelagische soorten. Op vier verschillende locaties wordt er dagelijks bij daglicht één vloedperiode en één ebperiode bemonsterd, gedurende vier dagen in april/mei en vier dagen in september. Bij de bemonstering met een ankerkuil wordt een net dat op vier hoekpunten met een anker verbonden is in de stroom van een viswater geplaatst. Dit gebeurt vanaf een schip dat aan datzelfde anker afgemeerd ligt. Er kan met twee vistuigen gelijktijdig worden gevist: één aan stuurboord en één aan bakboord. Op de vier locaties zijn in 2024 in totaal 28 monsters genomen (15 voorjaar, 13 najaar), waarvan 14 bestonden uit simultane trekken aan stuur- en bakboord. Dit is alleen bij een gunstige combinatie van wind en stroomrichting mogelijk. Per dag zijn zowel de eb als de vloed in voor- en najaar bevist. In algemene zin waren de vangsten in lijn met die van eerdere jaren: in zowel het voor- als najaar gedomineerd door haringachtigen (haring, sprot) en ribkwallen (voorjaar: zeedruif (Pleurobrachia pileus), najaar: Amerikaanse langlobribkwal (Mnemiopsis leidyi)). Er is geen duidelijke ontwikkeling te zien in de hoeveelheden per soort. Het is aan te raden om in het vervolg over te schakelen naar gestandaardiseerde vangsten per volume. In de huidige berekeningsmethodiek wordt een combinatie van de visduur en de netopening gebruikt voor standaardisatie. Hierdoor wordt voorbij gegaan aan de verschillen in hoeveelheid passerend water per getijfase en per maanfase. Tijdens de survey worden flowmeters gebruikt om de hoeveelheid gepasseerd water te registreren. Door deze gegevens te gebruiken voor de standaardisatie wordt gecorrigeerd voor effecten van een onevenredige getijdebemonstering, veroorzaakt door weersomstandigheden of door verschillen in stroomsnelheid in de verschillende getijfases.
UR - https://edepot.wur.nl/677941
U2 - 10.18174/677941
DO - 10.18174/677941
M3 - Report
T3 - Wageningen Marine Research rapport
BT - Ankerkuilbemonstering in de Westerschelde: resultaten 2024 en meerjarenoverzichten
PB - Wageningen Marine Research
CY - IJmuiden
ER -