Ammoniakemissie op de Marke : Onderzoek en resultaten van 1994 tot 2001

G.J. Koskamp, A. Kool, N. Middelkoop, J.F.M. Huijsmans, J.M.G. Hol, M.C.J. Smits, J.W.H. Huis in 't Veld

    Research output: Book/ReportReportProfessional

    Abstract

    Strenge doelstelling gehaald Voor ammoniak is de landelijke norm een reductie van 70% ten opzichte van 1980. Dit is in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP3) vastgelegd en door De Marke overgenomen. Vertaald naar bedrijfsniveau betekent dit dat de totale ammoniakemissie teruggebracht moet worden van 149 naar 44 kg N per ha, waarvan 30 kg N uit dierlijke mest, beweiding en kunstmest. Inmiddels is het NMP4 opgesteld en is de landelijke norm aangescherpt naar 19 kg N per ha. Vertaald naar emissie uit dierlijke mest, beweiding en kunstmest is dit 13 kg N per ha. De Marke heeft haar doel ruimschoots gehaald. De ammoniakemissie uit dierlijke mest, beweiding en kunstmest is in 1999 en 2000 respectievelijk 21,7 en 19,7 kg N/ha terwijl de norm 30 kg N/ha is. Dit is een onderschrijding van ongeveer 31%. Echter de norm die uit NMP4 af te leiden is wordt daarmee nog niet gerealiseerd. De vraag is hoe hieraan te voldoen. Wellicht behoort een langere beweidingsperiode tot de mogelijkheden hoewel dit op gespannen voet kan staan met de nitraatproblematiek. Andere opties zijn terug naar zodeninjectie in plaats van zodenbemesting en een kleinere mestgift per bemestingsronde; beide maatregelen hebben een negatief effect op de economie. Om aan de norm afgeleid uit NMP4 te kunnen voldoen zijn dit soort aanpassingen of nieuwe innovaties noodzakelijk. In onderliggend onderzoeksrapport gaan de onderzoekers uitgebreid in op de verschillende onderdelen van het bedrijf. Stalemissie In 2002 is nieuwe wetgeving met betrekking tot ammoniakemissie in de veehouderij ingevoerd met de Wet Ammoniak en Veehouderij (WAV) en de AMvB Huisvesting. Aanvullend op de WAV en de AMvB Huisvesting is er de Regeling Ammoniak en Veehouderij. Deze ministeriële regeling bevat de emissiefactoren die nodig zijn ter beoordeling van de ammoniakemissie op veehouderijbedrijven. Deze emissiefactoren zijn gebaseerd op onderzoek naar de stalemissie gedurende het gehele jaar bij melkvee dat wordt geweid dan wel permanent op stal wordt gehouden (Monteny ea, 2001). De emissiefactoren liggen bij beweiding lager dan bij jaarrond opstallen. Zo zijn de emissiefactoren voor een melkveestal met sleufvloer en mestschuif, het vloertype dat vanaf september 1997 op De Marke wordt toegepast 7,7 en 9,2 kg NH3 per dierplaats voor resp. beweiden en jaarrond opstallen. Het Centrum voor Landbouw en Milieu heeft de stalemissie gemeten van 1994 tot 2000. De gemeten stalemissie op De Marke bedraagt 7,8 kg NH3 per dierplaats. Vertaald naar hectares verliest De Marke 10,5 kg N per hectare. Veldemissie De weide-emissie van De Marke is berekend door het Imag uitgaande van onderzoek dat elders heeft plaatsgevonden en op basis van weidegegevens van De Marke. De emissie bedraagt in 1999 3,1 kg en in 2000 0,7 kg N per hectare. Imag heeft in 1999 en 2000 metingen vericht bij de mestaanwending. De emissie bij mestaanwending ligt fors hoger dan de prognose. Dit is vrijwel volledig toe te schrijven aan de hogere emissie bij zodenbemester ten opzichte van de emissie bij injectie waar de prognose van uitgaat. De Marke verliest gemiddeld 7 kg N per hectare bij de aanwending van drijfmest. Het totaal Bij de prognose is een theoretische emissie uit dierlijke mest, beweiding en kunstmest van 17 kg N/ha bepaald. Praktisch is ruim 20 kg N/ha gerealiseerd terwijl de norm, die De Marke zich gesteld heeft, op 30 kg N/ha ligt.
    Original languageDutch
    Place of PublicationLelystad
    PublisherAnimal Sciences Group
    Number of pages44
    Publication statusPublished - 2003

    Publication series

    NameCLM
    PublisherAnimal Sciences Group
    No.593

    Keywords

    • air pollution
    • ammonia
    • emission
    • dairy farming
    • dairy cattle
    • animal manures
    • animal housing
    • grazing systems
    • netherlands
    • grasslands
    • arable land

    Cite this