Alternatieve aaltjesonderdrukkende gewassen : eindrapportage

    Research output: Book/ReportReportProfessional

    Abstract

    In een deskstudie in 2004 bleken vier gewassen perspectief te bieden als aaltjesonderdrukkend gewas: Helenium, Gaillardia, parelgierst (speciale Canadese cultivar) en soedangras. Na overleg met de sector zijn de drie gewassen, Helenium, parelgierst en soedangras, in een veldproef in 2005 getest op hun onderdrukkende werking van wortellesieaaltjes (Pratylenchus- soorten). Tevens werd het nieuwe ras T. patula ‘Evergreen’ (K. Sahin, Zaden B.V.) in deze proef meegenomen. Omdat wortellesieaaltjes zich goed kunnen vermeerderen op veel onkruiden is de mate van onkruidgroei in de gewassen ook beoordeeld. Verder werd geprobeerd om inzicht te krijgen in de kosten van de teelt van deze gewassen. In 2006 zijn Helenium, parelgierst en soedangras in een veldproef getest op hun werking tegen het noordelijk wortelknobbelaaltje (Meloidogyne hapla). Het nieuwe Tagetesras werkte even goed als de bestaande Tagetesrassen qua wortellesieaaltjesonderdrukking en onkruidonderdrukking. Over de werking van Helenium tegen wortellesieaaltjes kunnen geen conclusies worden getrokken, wegens de slechte kieming van dit gewas. Bij navraag in de praktijk bleek het ook daar moeilijk om Helenium vanuit zaad op een akkerbouwmatige manier te telen. In de proef van 2006 werd Helenium aangeplant in plaats van gezaaid. De teelt ging goed. Het aantal M. hapla liep terug tot bijna nul, maar omdat bij de vatbare referent ook een afname van M. hapla optrad, kan geen conclusie over de werking worden getrokken. Voor een teelt van Helenium als groenbemester zijn de kosten nogal hoog. Het zaad is erg duur en bovendien zijn er problemen met de kieming. Parelgierst zorgde wel voor een verlaging van de wortellesieaaltjespopulatie, maar werkte minder goed dan verwacht volgens de literatuur. De werking was even goed als braak en dus niet goed genoeg. Omdat de vatbare referent niet naar behoren werkte, kunnen er geen conclusies worden getrokken over de werking van parelgierst tegen M. hapla. Hoewel soedangras na onderwerken blauwzuurgas produceert, waaraan aaltjes dood gaan, is het risico van wortellesieaaltjesvermeerdering tijdens de teelt te groot om dit op een perceel met wortellesieaaltjes te telen. Ook over de werking van soedangras tegen M. hapla kunnen geen conclusies worden getrokken. Een teelt van soedangras is goedkoper dan een afrikaantjesteelt. In 2006 kwam een nieuw gewas naar voren, dat wortellesieaaltjes zou onderdrukken: Japanse haver (Avenastrigosa). Dit gewas is nog in onderzoek. Om de aaltjesonderdrukking goed te kunnen meten, is in deze proeven op normale wijze het onkruid bestreden. Net voorafgaand aan de onkruidbestrijding is de mate van onkruidgroei in alle veldjes gescoord. Bij parelgierst en soedangras stond er in het begin van het seizoen meer onkruid dan bij de andere gewassen en braak. Later groeiden juist deze twee gewassen heel snel dicht. In het algemeen stond er weinig onkruid en, behalve in het slecht gekiemde Helenium, vormde onkruid in geen enkel gewas een probleem. Om de onkruidonderdrukkende werking beter te kunnen bekijken, dient een proef te worden gedaan waarin onkruid niet wordt bestreden. Dit gaat niet samen met de proef naar aaltjesonderdrukkende werking.
    Original languageDutch
    Place of PublicationLisse
    PublisherPPO Bloembollen en Bomen
    Number of pages23
    Publication statusPublished - 2007

    Keywords

    • pratylenchus
    • host plants
    • plant disease control
    • ornamental bulbs
    • green manures
    • helenium
    • gaillardia
    • pearl millet
    • sorghum sudanense
    • biological control

    Cite this