Project Details
Description
De ambitie van deze publiek-private samenwerking is om voor vier belangrijke bodemplagen – ritnaalden, emelten, wortelduizendpoten en ondergrondse springstaarten – toekomstbestendige plaagbeheersingsconcepten gestalte te geven.
Een verduurzamingsslag richting kringlooplandbouw betekent minder en gerichtere inzet van pesticiden, meer groenbemesterteelt en minder intensieve grondbewerking (vastleggen CO2, verbeteren bodemleven). Deze maatregelen werken populatieopbouw van een aantal bodemplagen in de hand. Deze zijn gerelateerd aan bodemkwaliteit, of aan landhuur en -ruil met veehouders voor akkerbouw- en bollenteelt.
Grondige inhaalslag noodzakelijk
Een toekomstbestendige aanpak van deze bodemplagen vraagt om nieuwe plaagbeheersingsconcepten. Over veel bodemplagen is onvoldoende kwantitatieve, recente en lokaal (Nederland) relevante informatie beschikbaar. Dit maakt een grondige inhaalslag nodig, om ook in de toekomst over adequate plaagbeheersingsmogelijkheden te kunnen beschikken.
Componenten
Voor het tot stand brengen van toekomstbestendige plaagbeheersing is informatie van drie hoofdcomponenten nodig. In dit project wordt daarom gewerkt aan:
Een zo adequaat mogelijke kennis van de situatie in een teeltperceel
• Welke bodemplagen zijn aanwezig en in welke aantallen (monitoring, voorspelling)?
• Onder welke omstandigheden overschrijden deze aantallen een schadedrempel?
• Wat zijn de bodem- en omgevingsfactoren die hierin een belangrijke rol spelen?
Een goede kennis van biologie, fenologie en gedrag van de bodemplagen
• Is de kennis van de levenscyclus van elk van de plagen voldoende (actueel) op peil?
• Kunnen op basis van de kennis nieuwe beheersingsmethoden gevonden worden?
Een toolbox met maatregelen die een populatie bodemplagen tot onder een schadedrempel kunnen brengen
• Welke teeltmaatregelen hebben een reducerend effect op de plaagpopulatie?
• Hoe groot zijn deze effecten per maatregel?
• Hoe kunnen (deel)maatregelen worden gecombineerd tot een (kosten)effectieve strategie?
De drie hoofdcomponenten komen samen in de telerspraktijk. In het project vindt doorlopende verbinding met de praktijk plaats; ervaringen van en ideeën vanuit telers worden in onderzoeksplannen opgenomen en in het onderzoek beproefde bouwstenen worden ingepast in de aanpak in de praktijk.
Werkpakketten
Het perceel – inventariseren & voorspellen
• Wat maakt een bepaald perceel schadelijk?
• Hoe krijg ik grip op schadelijke populatieniveaus?
De bodemplagen - biologie, gedrag & signalering
• Wat zijn in biologie en gedrag van de plaagsoorten (alternatieve) aangrijpingspunten voor beheersing?
• Wat is een goede timing van de maatregelen (voorspellen en beheersen)?
• Hoe effectief zijn de maatregelen voor de betreffende plagen en specifieke soorten, als stap in een gestapelde aanpak?
De aanpak: maatregelen (methoden & producten)
• Maatregelen t.a.v. teeltinrichting en teeltmaatregelen die aangrijpen op de populatieomvang van bodemplagen
• Inzet van biologische bestrijding(smiddelen) en low-impactmiddelen
• Reductie van middelengebruik en gerichte(re) toediening van middelen
De praktijk: input & validatie
• Inventarisatie situaties en ervaringen
• Delen stand van kennis vanuit werkpakketten 1 t/m 3
Een verduurzamingsslag richting kringlooplandbouw betekent minder en gerichtere inzet van pesticiden, meer groenbemesterteelt en minder intensieve grondbewerking (vastleggen CO2, verbeteren bodemleven). Deze maatregelen werken populatieopbouw van een aantal bodemplagen in de hand. Deze zijn gerelateerd aan bodemkwaliteit, of aan landhuur en -ruil met veehouders voor akkerbouw- en bollenteelt.
Grondige inhaalslag noodzakelijk
Een toekomstbestendige aanpak van deze bodemplagen vraagt om nieuwe plaagbeheersingsconcepten. Over veel bodemplagen is onvoldoende kwantitatieve, recente en lokaal (Nederland) relevante informatie beschikbaar. Dit maakt een grondige inhaalslag nodig, om ook in de toekomst over adequate plaagbeheersingsmogelijkheden te kunnen beschikken.
Componenten
Voor het tot stand brengen van toekomstbestendige plaagbeheersing is informatie van drie hoofdcomponenten nodig. In dit project wordt daarom gewerkt aan:
Een zo adequaat mogelijke kennis van de situatie in een teeltperceel
• Welke bodemplagen zijn aanwezig en in welke aantallen (monitoring, voorspelling)?
• Onder welke omstandigheden overschrijden deze aantallen een schadedrempel?
• Wat zijn de bodem- en omgevingsfactoren die hierin een belangrijke rol spelen?
Een goede kennis van biologie, fenologie en gedrag van de bodemplagen
• Is de kennis van de levenscyclus van elk van de plagen voldoende (actueel) op peil?
• Kunnen op basis van de kennis nieuwe beheersingsmethoden gevonden worden?
Een toolbox met maatregelen die een populatie bodemplagen tot onder een schadedrempel kunnen brengen
• Welke teeltmaatregelen hebben een reducerend effect op de plaagpopulatie?
• Hoe groot zijn deze effecten per maatregel?
• Hoe kunnen (deel)maatregelen worden gecombineerd tot een (kosten)effectieve strategie?
De drie hoofdcomponenten komen samen in de telerspraktijk. In het project vindt doorlopende verbinding met de praktijk plaats; ervaringen van en ideeën vanuit telers worden in onderzoeksplannen opgenomen en in het onderzoek beproefde bouwstenen worden ingepast in de aanpak in de praktijk.
Werkpakketten
Het perceel – inventariseren & voorspellen
• Wat maakt een bepaald perceel schadelijk?
• Hoe krijg ik grip op schadelijke populatieniveaus?
De bodemplagen - biologie, gedrag & signalering
• Wat zijn in biologie en gedrag van de plaagsoorten (alternatieve) aangrijpingspunten voor beheersing?
• Wat is een goede timing van de maatregelen (voorspellen en beheersen)?
• Hoe effectief zijn de maatregelen voor de betreffende plagen en specifieke soorten, als stap in een gestapelde aanpak?
De aanpak: maatregelen (methoden & producten)
• Maatregelen t.a.v. teeltinrichting en teeltmaatregelen die aangrijpen op de populatieomvang van bodemplagen
• Inzet van biologische bestrijding(smiddelen) en low-impactmiddelen
• Reductie van middelengebruik en gerichte(re) toediening van middelen
De praktijk: input & validatie
• Inventarisatie situaties en ervaringen
• Delen stand van kennis vanuit werkpakketten 1 t/m 3
| Status | Finished |
|---|---|
| Effective start/end date | 1/01/22 → 31/12/25 |
Collaborative partners
- Wageningen University & Research (lead)
- Royal Cosun (Project partner)
- Holland Fyto (Project partner)
- Vereniging voor de Aardappelverwerkende Industrie (VAVI) (Project partner)
- Crop Solutions (Project partner)
- Stichting Bloembollenonderzoek (Project partner)
- Agrifirm Group B.V. (Project partner)
- Nederlandse Aardappel Organisatie (Project partner)
- Van Iperen (Project partner)
- Brancheorganisatie Akkerbouw (Project partner)
- Ministry of Agriculture, Fisheries, Food Security and Nature (LVVN) (Project partner)
- IRS (Project partner)
- Vertify (Project partner)
Fingerprint
Explore the research topics touched on by this project. These labels are generated based on the underlying awards/grants. Together they form a unique fingerprint.
Research output
- 2 Report
-
Beheersingsmaatregelen van bodemplagen in suikerbieten: Proefresultaten en ervaringen die bijdragen aan een ICM-aanpak van bodemplagen in suikerbieten
van Rozen, K., Geenen-Frijters, L., Raaijmakers, E. & Huiting, H., 2026, Wageningen: Wageningen Plant Research. 46 p. (Rapport / Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Open Teelten; no. WPR-OT-1216)Research output: Book/Report › Report › Professional
Open Access -
Inundatie ritnaalden : verkennen van inundatie als alternatieve beheersingsmaatregel voor het afdoden van ritnaalden in een emmerproef
de Graaf, M., Costaz, T., van Rozen, K. & Huiting, H., Jan 2024, Wageningen: Wageningen Plant Research. 37 p. (Rapport / Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Open Teelten; no. WPR-OT-1067)Research output: Book/Report › Report › Professional
Open Access