Ontwikkeling en onderbouwing van hogere-tier benaderingen voor blootstelling van bijen in kader van NL en EU toelating (BO-43-011.01-008, BO-20-002-011)

Project: EZproject

Description

Bestuiving van gewassen en de bestuivers zelf zijn belangrijk voor ons en zijn een indicator voor de kwaliteit van onze leefomgeving. Daardoor gaat er veel aandacht uit, zowel op nationaal als internationaal niveau. Vanuit Europa zijn er door EFSA regels opgesteld om bijvoorbeeld het risico van gewasbeschermings-middelen op bestuivers te kunnen bepalen en reguleren. Hiervoor zijn zogenaamde trigger values vastgesteld. Deze trigger waardes zijn gebaseerd op een bepaalde achtergrondsterfte van foerageerbijen waarbij geldt dat hoe lager de veronderstelde achtergrondsterfte is, hoe conservatiever de trigger waarde uitpakt en hoe conservatiever de risicobeoordeling wordt. De huidige aangenomen achtergrond sterfte van fourageerbijen is echter niet tot stand gekomen met data uit Europese agrarische gebieden, maar is gebaseerd op data uit een stadscentrum of zelfs andere continenten en is daarmee niet representatief te noemen. Het onderzoek naar achtergrondsterfte van honingbijen onder Nederlandse omstandigheden werd in 2017 experimenteel afgerond en kon door omstandigheden nog niet in 2018 gerapporteerd worden. Dit zal in 2019 plaatsvinden.

 

Een andere belangrijke aanbeveling uit het EFSA document betreft de verbetering en onderbouwing van de blootstellingsroutes voor bestuivers. Waar in 2016 een model beschikbaar is gekomen om de blootstelling in de kast vanuit het landschap te schatten, is dit foerageermodel nog niet klaar voor gebruik in de risicobeoordeling. In 2019 zal met dit model gekeken worden naar het 90-percentiel van de verdunnings-coëfficiënten uit het landschap bij een geselecteerde teelt (bijv. koolzaad). Hierbij zal bij een standaardbespuiting de maximale concentratie van gewasbeschermingsmiddelen in de bijenkast bepaald worden in verschillende landschappen in NL. Hierbij is de verwachting dat de verschillende landschappen tot verschillende verdunning in de kast leiden. Naast informatie over een mogelijke blootstelling van honingbijen in verschillende landschappen, geeft dit ook handvaten over hoe een landschap ingericht kan worden om een mogelijke blootstelling te mitigeren.

 

Het onderdeel stuifmeelonderzoek heeft in 2018 bestudeerd hoe het verzamelde pollen materiaal zich verspreid binnen de kast. Daar pollen voor een aanzienlijk deel opgeslagen worden, kunnen verschillende in-hive processen de lotgevallen van mogelijk aanwezige verontreinigingen beïnvloedden. In 2019 zal de verzamelde data van het uit 2018 in een wetenschappelijk tijdschrift gepubliceerd worden.

Hoewel de door EFSA ontwikkelde draft guidance niet geheel geaccepteerd kon worden, is er op ad-hoc basis wel overleg om de praktische implementatie van verschillende onderdelen te bespreken. Dit proces vergt terugkoppeling met de leden van de EFSA werkgroep die de guidance gemaakt heeft en betekent dat EFSA behoefte heeft aan ondersteuning om dergelijke zaken tot een adequaat einde te brengen. Verder heeft EFSA behoefte aan inhoudelijke ondersteuning van EFSA bij de ontwikkeling van het EFSA model voor de effecten in de bijenkast.

StatusActive
Effective start/end date1/01/1331/12/19