Ontwikkeling en onderbouwing van hogere-tier benaderingen voor blootstelling van bijen in kader van NL en EU toelating (BO-43-102.01-008, BO-43-011.01-008, BO-20-002-011)

Project: EZproject

Project Details

Description

Bestuiving van gewassen en de bestuivers zelf zijn niet alleen belangrijk voor voedselzekerheid maar zijn tevens een indicator voor de kwaliteit van onze leefomgeving. Daardoor gaat hier veel aandacht naar uit, zowel op nationaal als internationaal niveau. Vanuit Europa zijn er door EFSA regels opgesteld om bijvoorbeeld het risico van gewasbeschermingsmiddelen op bestuivers te kunnen bepalen en reguleren. De eerste versie van deze guidance bleek in de praktijk niet goed toepasbaar te zijn en daarom wordt deze nu herzien. Het ERA team geeft hierbij inhoudelijke ondersteuning aan EFSA door op verzoek van EFSA deel te nemen aan de werkgroep die de guidance herziet. Hiernaast levert het ERA-team expertise bij de ontwikkeling van het EFSA model voor de effecten in de bijenkast via deelname aan de MUST-B werkgroep.

Een belangrijke aanbeveling uit het originele EFSA document betreft de verbetering en onderbouwing van de blootstellingsroutes voor bestuivers. Waar in 2016 een eerste versie van een fourageermodel beschikbaar is gekomen om de blootstelling in de kast vanuit het landschap te schatten, werkt dit momenteel alleen nog met nectar en zal dit in 2020 worden uitgebreid met een module voor pollen om zo tot een totale blootstelling van het bijenvolk te kunnen komen. Naast informatie over een mogelijke blootstelling van honingbijen in verschillende landschappen, geeft dit ook handvaten over hoe een landschap ingericht kan worden om een mogelijke blootstelling te mitigeren.

Naast een focus op honingbijen geeft de EFSA guidance ook aan dat er aandacht moet zijn voor hommels en wilde bijen. Binnen dit project is in 2019 daarom onderzocht wat de natuurlijke achtergrondmortaliteit van hommels is en hoe de natuurlijke dynamiek van een hommelvolk door een seizoen verloopt. Hierbij is tevens onderzocht wat de verschillende methodes voor het hanteren van de hommels voor mogelijke invloed op de resultaten hebben gehad. Deze bevindingen zullen in 2020 in een wetenschappelijke publicatie gevat worden.  

De expliciete aandacht voor hommels en solitaire bijen heeft geresulteerd in de nodige aandacht voor de verschillen in biologie en gedrag tussen deze groepen. Dit is van belang omdat dit in hoge mate de daadwerkelijke blootstelling van hommels en wilde bijen bepaalt. Tot op heden zijn alleen theoretische opsommingen van mogelijke blootstellingsroutes gegeven en ontbreekt er een duidelijke kwantificering die nodig is voor een risicobeoordeling. Zo wordt bijvoorbeeld de vrij-vliegende fase van (jonge) hommelkoninginnen als zeer belangrijk gekenschetst omdat hier sprake is van een directe blootstelling van de reproducerende eenheid. Echter het is niet bekend wat de gevoeligheid van deze reproducerende eenheid precies is zodat er geen realistische afweging van het eventuele risico gemaakt kan worden. Hier zal in 2020 nader onderzoek naar gedaan worden.

StatusActive
Effective start/end date1/01/1331/12/21