Monitoring van grond- en substraat overgedragen virussen (BO-25.08-001-015)

Project: EZproject

Description

Doel

De beheersing van grond- en substraat overgedragen virussen ligt meer in het voorkómen van risicos dan het actief bestrijden van aanwezige risicos. Betrouwbare virus- en vectormonitoring zijn dan van wezenlijk belang om risicos in te kunnen schatten.

De nadruk ligt enerzijds bij het gebruik van indicator- en vangplanten waarvan de toepassing laagdrempelig is voor ondernemers. Anderzijds worden moleculaire en serologische toetsen betrokken bij dit project. Richtlijnen voor bodem- en substraatbemonstering zullen worden opgesteld om een betrouwbaar inzicht in potentiele risicos te krijgen.

Een adequaat toegepast en gevalideerd monitoringssysteem zal belangrijke informatie geven over bijv. verspreiding (snelheid en afstand) en overleving van virussen in grond en substraat. Dit systeem kan worden gebruikt voor het nemen van beslissingen over teeltgebruik van grond, of tot het nemen van beslissingen omtrent risicoverminderende maatregelen voor grond of substraat.

Mechanismen van overdracht: onderzocht zal worden welke factoren een rol spelen in de overleving en verspreiding van virus (en vector) in grond en substraat; bijv. binding en overleving van Augustaziek/slabobbelblad in schimmelsporen en alternatieve waardplanten, komkommerbontvirus, pepinomozaïekvirus via substraat. Plantenresten, maar ook gronddeeltjes kunnen namelijk een rol spelen bij de binding en overleving van plantenvirussen.

werkwijze
  • In 2013 is een start gemaakt voor een verkenning voor het gebruik van toetsplanten/vangplanten op praktijkpercelen/praktijksubstraten. Daarbij zijn ook de toetsmethoden ELISA en /of PCR ingezet voor de bevestiging van een infectie en/of verspreiding.

  • Onderzoek naar mogelijkheden van inundatie voor het bestrijden van virusreservoirs in de bodem na een teelt van virusbesmette lelies en virusbesmette groenbemesters.

  • In de praktijk zijn oude substraatmatten verzameld waarop planten hebben gestaan die besmet waren met PepMV (tomaat) en CGMMV (komkommer). Hierop worden toetsplanten geplaatst en zal de snelheid van virusonverdracht worden nagegaan.

  • Op basis van deze verkenning zullen op grotere schaal toetsplanten/vangplanten worden uitgezet en ook bij meerdere gewassen. Kennis uit deze werkzaamheden worden ingezet voor het bestuderen voor het mechanismen van overdracht.

resultaten
  • Basiskennis om het mechanisme van overdracht verder bloot te leggen
  • Gebruikswijze van  vangplanten voor de bestudering verspreiding van virussen via de bodem/substraat
  • Moleculaire technieken en protocollen voor het opsporen en volgen van virusbesmetting on gronden en substraten
StatusFinished
Effective start/end date1/01/1331/12/16