B4 Kosten en Baten van maatregelen (BO-53-002-047)

Project: EZproject

Project Details

Description

In dit onderzoek zijn de kosten en baten van maatregelpakketten die als doel hebben om extra koolstof vast te leggen berekend. De basis daarvoor is het combineren en stapelen van verschillende individuele koolstofvastleggingsmaatregelen.  Dat is zowel gedaan voor de melkveehouderij, als voor de akkerbouw en sluit daarmee goed aan bij de andere Slim Landgebruik projecten. Per sector is een tweetal maatregelpakketten opgesteld. Voor deze pakketten zijn ook de mogelijke extra koolstofvastlegging die berekend zijn in het project A4 meegenomen, en zijn de neveneffecten op andere themas en de toepasbaarheid van de maatregelen ingeschat.

 

Voor de melkveehouderij is aangesloten bij de praktijk, waardoor er één specifiek pakket voor kleigrond en één pakket voor zandgrond is opgesteld. Er is besloten om de melkproductie op het bedrijf gelijk te houden, waardoor het zo kan zijn dat na de simulatie van het pakket, er extra voer aangekocht moet worden om de productie op peil te houden.

Op zandgrond bestaat het pakket uit het verhogen van de leeftijd van grasland (herinzaai percentage per jaar van 12.5% naar 6.25%) en de toepassing van productief kruidenrijk grasland op 15% van het bedrijf. Uit de berekeningen blijkt dat de kosten minimaal toenemen als dit pakket doorgevoerd wordt. Dat komt omdat er besparingen zijn (minder zaaizaad en minder krachtvoer aankoop), die de extra kosten (lagere grasproductie, meer aankoop mais) nagenoeg in evenwicht houden. De verwachting is dat dit pakket meer koolstof vast zal leggen. Dat komt met name door het verhogen van de leeftijd grasland. Het effect van het kruidenrijke grasland is nog onbekend.

Het pakket op kleigrond focust zich op het areaal waar mais geteeld wordt (15% van het areaal), omdat de situatie op het overige grasland in termen van koolstofvastlegging al vrij goed is. De maisteelt wordt in het pakket een rotatie met productief kruidenrijk grasland, met na de maisteelt een groenbemester. Dit pakket leidt tot een daling van 35 per hectare per jaar voor het gehele bedrijf. Er treden extra kosten op door een toename van de krachtvoer en ruwvoer aankoop. Kustmest wordt juist bespaard, wat tot een kostenvermindering leidt. De verwachting is dat dit pakket op de 15% van het areaal een hogere koolstofvastlegging kan realiseren kan. Dat komt doordat er van continue teelt mais wordt overgegaan naar een wisselteelt met gras en vanggewassen na mais.

 

Voor de akkerbouw zijn een tweetal pakketten uitgerold over verschillende regios in Nederland (Noordelijke zeeklei, Centrale Zeeklei Flevoland en Noordoostpolder, Noordoostelijk Zand en Dalgronden, Zuidoostelijk zandgebied en de Zuidwestelijke zeeklei). Pakket 1 bestaat het uit maximaliseren van koolstofvastlegging binnen de huidige bouwplannen door stro achter te laten en in te werken na een graangewas en door zoveel mogelijk groenbemesters na de reguliere gewassen te telen. Pakket 2 gaat een stap verder, en verruimd de bouwplannen met meer graan in een tweetal varianten. In pakket 2 worden ook de groenbemesters gemaximaliseerd en de gewasresten achtergelaten. Doormiddel van het berekenen van het bouwplansaldo zijn de kosten van een pakket (lager bouwplansaldo ten opzichte van de referentie) berekend. Zowel pakket 1 als 2 leveren in alle regios een lager bouwplansaldo, en daarmee hogere kosten. Met name in de Noordoospolder en de Noordelijke zeeklei brengt pakket 2 een aanzienlijke daling van het saldo teweeg. Beide pakketten leiden in alle regios tot een berekende (met NDICEA) extra vastlegging van koolstof, waar pakket 2 meer vastlegt dan pakket 1. De marginale kosten van een extra ton koolstof vastleggen is berekend door beide (kosten en koolstofvastlegging) te combineren. Daaruit komt naar voren dat pakket 1 per euro meer koolstof vastlegt dan pakket 2. Dat komt met name door de geringe daling van het saldo, terwijl er wel koolstof vastgelegd wordt. De kosten van pakket 2 zijn geregeld zo hoog, dat het niet opweegt tegen de extra koolstofvastlegging.

 

De kwalitatieve analyse van de toepasbaarheid en meekoppel-effecten van de maatregelpakketten voor beide sectoren toont dat pakket 1 in de akkerbouw goed toepasbaar is, terwijl pakket 2 meer positieve effecten levert op bijvoorbeeld bodemvruchtbaarheid en biodiversiteit. In de melkveehouderij neemt de bodemvruchtbaarheid door de pakketten iets toe en laat zien dat de lachgasemissie wat af kan nemen.

StatusFinished
Effective start/end date1/01/2131/12/21